Eiseres, voormalig interieur designer, ontving een Ziektewetuitkering die per 2 juni 2018 werd beëindigd omdat zij meer dan 65% van haar oude loon zou kunnen verdienen. Zij voerde aan dat haar fibromyalgie gepaard gaat met ernstige pijn en vermoeidheid, en dat zij nood heeft aan rustmomenten na inspanning. De rechtbank oordeelt dat het onderzoek door de verzekeringsartsen zorgvuldig is verricht, inclusief een lichamelijk en psychisch onderzoek, en dat het bezwaar door een arts Bezwaar en Beroep (B&B) is bevestigd.
De rechtbank stelt vast dat eiseres geen nieuwe medische stukken heeft overgelegd die haar beperkingen onderbouwen en dat de door haar gestelde rustmomenten medisch niet zijn gemotiveerd. De verzekeringsartsen achten haar in staat tot licht fysieke arbeid en vinden geen reden voor urenbeperking. De geduide functies zijn passend bij haar beperkingen. De rechtbank concludeert dat de beëindiging van de Ziektewetuitkering terecht is en verklaart het beroep ongegrond.
Er is geen aanleiding voor een proceskostenveroordeling. Tegen deze uitspraak staat hoger beroep open bij de Centrale Raad van Beroep.