ECLI:NL:CRVB:2008:BD7015
Centrale Raad van Beroep
- Hoger beroep
- H.G. Rottier
- C.P.M. van de Kerkhof
- R.P.T. Elshoff
- Rechtspraak.nl
Bevestiging herziening en intrekking WAO-uitkering na dossieronderzoek en hoorzitting
Appellante ontving sinds 1994 een WAO-uitkering wegens rugklachten en werd in 2004 herbeoordeeld. Een verzekeringsarts concludeerde dat de beperkingen waren verminderd en stelde een Functionele Mogelijkheden Lijst (FML) op. Het UWV herzag daarop de uitkering en verlaagde deze.
Appellante maakte bezwaar tegen deze besluiten, maar deze werden ongegrond verklaard. In de bezwarenprocedure was de bezwaarverzekeringsarts betrokken, die dossieronderzoek verrichtte en de hoorzitting bijwoonde in de eerste procedure, maar niet in de tweede. Appellante was niet onder behandeling van een arts en leverde geen medische informatie aan.
De rechtbank verklaarde de beroepen ongegrond en de Centrale Raad van Beroep bevestigt deze uitspraken. De Raad oordeelt dat het uitsluitend dossieronderzoek en het ontbreken van een medisch onderzoek buiten de hoorzitting niet onzorgvuldig is. Ook is geen medische noodzaak gebleken voor een urenbeperking. De Raad vindt de onderbouwing van het UWV voldoende en wijst de beroepen af.
Uitkomst: De Centrale Raad van Beroep bevestigt de herziening en intrekking van de WAO-uitkering en wijst het hoger beroep van appellante af.