Uitspraak
RECHTBANK OOST-BRABANT
2 [gedaagde sub 2] ,
[gedaagde sub 3],
1.De procedure
- de dagvaarding van 1 november 2019 met producties, genummerd 1 tot en met 28;
- de akte aanvullende producties van mr. Sinninghe Damsté en mr. Attaïbi van 7 november 2019 met producties, genummerd 29 tot en met 33;
- de brief van mr. Steenpoorte van 7 november 2019 met producties, genummerd 1 tot en met 34;
- de brief van mr. Sinninghe Damsté van 7 november 2019;
- de mondelinge behandeling ter zitting van 8 november 2019;
- de pleitnota van mr. Sinninghe Damsté en mr. Attaïbi;
- de pleitnota van mr. Steenpoorte;
- de pleitnota van mr. Van Thiel en mr. Linskens;
- het tussenvonnis van 11 november 2019;
2.De feiten
- i) [gedaagde sub 1] zal een verzoek doen tot oproeping van een algemene vergadering in de [land 2] vennootschap [E] (hierna: [E] ) met als stempunten op de agenda een voorstel tot ontslag van de twee van de vier zittende, onafhankelijke bestuurders –de heer [J] en de heer [K] - en benoeming van [gedaagde sub 2] en haar kleindochter [L] (hierna: [L] ) in hun plaats als (nieuwe) bestuurders;
- ii) [gedaagde sub 1] zal op die algemene vergadering van [E] vóór voornoemde stempunten stemmen;
- iii) [gedaagde sub 1] zal ter vergadering worden vertegenwoordigd door [gedaagde sub 2] .
3.Het geschil
- de binnen het bestuur van [gedaagde sub 1] ontstane situatie kwalificeert als wanbeheer;
- het door de statuten van [gedaagde sub 1] voorgeschreven minimumaantal bestuurders ontbreekt.
4.De beoordeling
tegenstrijdig belang c.q. belangenverstrengeling [1] zijdens [gedaagde sub 3] en [gedaagde sub 2]
misbruik van meerderheidsmacht door [gedaagde sub 3] en [gedaagde sub 2]
onbehoorlijke oproeping en achterhouden cruciale informatie
onbehoorlijke verslaglegging bestuursvergadering 9 oktober 2019
“de status quo binnen de Groep, wat onder meer ertoe strekt dat de uitspraken in de buitenlandse procedures worden nageleefd en geen bestuurswisselingen plaatsvinden” [10] .