Uitspraak
1.De procedure
- de schriftelijke reactie van de rechter van 14 mei 2019;
- het dossier in de wrakingszaak met zaaknummer 7468198.
2.Het wrakingsverzoek
- de rechter zich begripvol heeft opgesteld naar gedaagde in de bodemzaak en daarmee de bewijsmiddelen van eiser terzijde lijkt te schuiven;
- de rechter weinig begrip heeft getoond voor de kant van het verhaal van verzoeker en de vervelende gevoelens die er aan die zijde waren;
- de rechter gedaagde niet heeft onderbroken toen zij vertelde dat verzoeker haar bedreigd zou hebben en dat de rechter verzoeker wel heeft onderbroken;
- de rechter niet heeft ingegrepen toen gedaagde zich uitliet over wat er “op de gang” besproken was;
- de rechter de eiswijziging aan het einde van de zitting heeft besproken en daarbij heeft aangegeven dat dit eigenlijk te laat is.
- De rechter betreurt dat verzoeker dit gevoel heeft overgehouden aan de zitting en vindt zelf dat het goed zou zijn geweest als zij aan verzoeker had aangegeven dat zij ook begrip had voor de situatie aan de kant van verzoeker.
- De rechter heeft eerst gedaagde het verhaal laten doen en verzoeker vervolgens in de gelegenheid gesteld daarop te reageren. Aan de bedreiging heeft de rechter geen uitgebreide aandacht willen besteden, omdat het voor de beoordeling niet relevant was. Dit is ook gezegd. Deze opmerking gold voor beide partijen. Dat de rechter verzoeker wel heeft afgekapt, lag gelegen in de omstandigheid dat verzoeker het woord “broodfokker” bleef gebruiken, terwijl dit bij gedaagde negatieve associaties oproept en zij daar ook emotioneel onder werd.
- De gedaagde had geen juridische bijstand en wilde iets vertellen over wat op de gang besproken was. Dat is een beslissing van gedaagde geweest. Als verzoeker het daar niet mee eens was, had het op zijn weg gelegen om in te breken.
- Het klopt dat de eiswijziging pas aan het einde van de zitting besproken is. De opmerking van de rechter dat de eiswijziging laat was, zag op de toegevoegde subsidiaire vordering, waarmee bedoeld werd te zeggen dat deze eiswijziging laat was in de procedure (pas op zitting) en niet laat op de zitting zoals verzoeker dat kennelijk heeft opgevat.