Uitspraak
RECHTBANK OOST-BRABANT
uitspraak van de enkelvoudige kamer van 2 april 2020 in de zaak tussen
[naam] , in [woonplaats] , eiseres
Procesverloop
Overwegingen
“gegevens/bescheiden betrekking hebbende op het destijdige bouwplan, de destijdige aanvraag en het destijdige proces en/of de destijdige procedure voor de bouw van een woning voor de champignonkwekerij. Bescheiden onder andere bestaande uit een bouwvergunning aanvraag, een grote bouwtekening met een woning gesitueerd voor de champignonkwekerij, een plankaart met daarop een splitsing van het perceel en een champignonkwekerij met een woning ervoor, een situatietekening, gemeentelijke schriftelijke toezeggingen dat medewerking zal worden verleend aan het bouwplan voor de woning voor de champignonkwekerij, overige correspondentie over de bouwplannen van de woning en een blanco intrekkingsverzoek dat de overleden man van cliënte door de gemeente is voorgehouden maar door de overleden man van cliënte nooit is ondertekend”. Verder ziet eiseres niet in waarom in het kader van de Wob geen originelen voor onderzoek ter beschikking zouden mogen worden gesteld. Verder legt eiseres een brief van 16 januari 2019 aan haar gemachtigde, een brief aan het college en de raad, ontvangen op 21 november 2018 en een reactie van het college daarop, en het eigendomsbewijs van de grond gelegen in [woonplaats] aan de [adres] over.
“De Adviescommissie heeft de verwachting dat wanneer het bouwplan op de voorgestelde wijze wordt gerealiseerd – dus inclusief een woning – het bestaande gebouwencomplex de agrarische bestemming definitief zal verliezen. De Adviescommissie geeft Uw college daarom dringend in overweging om in overleg met de aanvrager en zijn vader te trachten om het bouwplan in duidelijke samenhang met het gebouwencomplex [adres] te laten oprichten, waarbij dan de woning van de vader aangemerkt wordt als toekomstige bedrijfswoning voor de aanvrager”. In de brief van 5 november 1984 gericht aan wijlen de echtgenoot van eiseres (productie 5 bij de reactie van eiseres van 15 april 2019 op het 6:19-besluit) neemt het college dit advies over. Het college schrijft:
“Gelet op het van genoemde Commissie ontvangen advies is ons college bereid aan Uw plannen verdere medewerking te verlenen, mits de champignonkwekerij in duidelijke samenhang met het bestaande gebouwencomplex [adres] wordt opgericht en mits de huidige woning van Uw vader op het adres [adres] als toekomstige bedrijfswoning wordt gebruikt”. In zijn brief van 9 november 1984 aan het college stemt [naam] ermee in dat het huis van zijn vader aan de [adres] gezien mag worden als bedrijfswoning.
“Op mijn laatste mail heb ik geen reactie meer gehad, mag ik vervolgens aannemen dat met de beschikbaar gestelde documenten ook jullie dossier compleet is”. Eiseres heeft de rechtbank er verder niet van weten te overtuigen dat er nog een ambtelijke nota zou moeten zijn bij de aanvraag voor een Hinderwetvergunning van 16 juli 1984. Het college heeft daarover aangegeven dat er geen nota is, omdat de aanvraag van 16 juli 1984 is ingetrokken en hier dus geen nota over uitgebracht hoefde te worden. De rechtbank vindt die verklaring van het college geloofwaardig. Eiseres stelt dat dat er nooit een aanvraag voor een Hinderwetvergunning is ingetrokken, maar uit de door het college overgelegde stukken blijkt het tegendeel.