ECLI:NL:RVS:2019:496
Raad van State
- Hoger beroep
- H.G. Sevenster
- Rechtspraak.nl
Bevestiging afwijzing Wob-verzoek inzake last om te innen en cessie bij Bureau Financieel Toezicht
Appellant verzocht het Bureau Financieel Toezicht (BFT) om diverse documenten op grond van de Wet openbaarheid van bestuur (Wob), waaronder stukken over een 'last om te innen' en 'cessie ter incasso'. Het BFT weigerde gedeeltelijk openbaarmaking, onder meer omdat bepaalde documenten niet aanwezig zouden zijn en vanwege beschermingsgronden uit de Wob.
De rechtbank verklaarde het beroep van appellant ongegrond, waarna appellant hoger beroep instelde bij de Raad van State. De Afdeling bestuursrechtspraak nam kennis van de geheime documenten en oordeelde dat het BFT aannemelijk had gemaakt dat de gevraagde documenten over de cessie niet onder haar berusten, omdat de last ter incasso mondeling zou zijn gegeven.
Verder oordeelde de Afdeling dat de documenten die wel bestonden en deels openbaar zijn gemaakt, een intern karakter hebben en dat het belang van bescherming van persoonlijke beleidsopvattingen en privacy zwaarder weegt dan openbaarmaking. Ook de namen van betrokken ambtenaren behoeven niet openbaar te worden gemaakt.
Het hoger beroep werd ongegrond verklaard en de uitspraak van de rechtbank bevestigd. Er werd geen proceskostenveroordeling opgelegd.
Uitkomst: Het hoger beroep is ongegrond verklaard en de uitspraak van de rechtbank bevestigd.