ECLI:NL:RBOBR:2020:208
Rechtbank Oost-Brabant
- Eerste aanleg - meervoudig
- Rechtspraak.nl
Beoordeling wijziging herzienings- en terugvorderingsbesluit WW-uitkering op basis van door eiser opgegeven uren
Eiser ontving een WW-uitkering die per 1 januari 2018 werd herzien omdat hij een onderneming was gestart zonder toestemming, waardoor zijn uitkering werd gekort op basis van fictieve inkomsten. Verweerder stelde aanvankelijk dat eiser 24 uur per week werkte, maar na een eerdere uitspraak van de rechtbank werd verweerder opgedragen nader onderzoek te doen naar de daadwerkelijk gewerkte uren.
Verweerder baseerde het gewijzigde besluit op de door eiser zelf opgegeven uren in een verklaring van april 2018, waarbij het teveel ontvangen bedrag werd verminderd en de boete werd ingetrokken. Eiser betwistte de urenberekening, maar kon dit niet onderbouwen en had zelf meer uren opgegeven dan hij nu stelt.
De rechtbank oordeelde dat verweerder terecht is uitgegaan van de door eiser opgegeven uren en dat er geen noodzaak was voor verder onderzoek. Het beroep werd daarom ongegrond verklaard. Er werd geen proceskostenveroordeling opgelegd.
Uitkomst: Het beroep van eiser tegen het gewijzigde herzienings- en terugvorderingsbesluit WW wordt ongegrond verklaard.