Uitspraak
RECHTBANK OOST-BRABANT
Uitspraak van de enkelvoudige kamer van 13 mei 2020 in de zaak tussen
[eiseres] , te [woonplaats] , eiseres
.
Rechtbank Oost-Brabant
Eiseres maakte bezwaar tegen twee WMO-besluiten zonder een machtiging mee te sturen. Verweerder gaf haar vervolgens een termijn van twee weken om dit te herstellen, lopende van 20 december 2019 tot 3 januari 2020, waarna het bezwaar niet-ontvankelijk werd verklaard. Eiseres stelde beroep in tegen deze beslissing.
De rechtbank overwoog dat een algemene machtiging volstaat en dat het bestuursorgaan niet per individuele zaak een machtiging hoeft te verlangen. Hoewel een termijn van twee weken in het algemeen voldoende is om een verzuim te herstellen, is dit niet het geval wanneer deze termijn precies in de kerstperiode valt, zoals hier. De rechtbank achtte de termijn te kort vanwege de feestdagen en de sluiting van het kantoor van de gemachtigde.
Daarom verklaarde de rechtbank het beroep gegrond, oordeelde dat het bezwaar ten onrechte niet-ontvankelijk was verklaard en veroordeelde verweerder tot het nemen van een nieuw besluit. Tevens werden de proceskosten en het griffierecht aan eiseres toegewezen.
Uitkomst: Het beroep wordt gegrond verklaard en verweerder wordt opgedragen een nieuw besluit te nemen.