De kantonrechter van de Rechtbank Oost-Brabant heeft op verzoek van betrokkene een mentorschap ingesteld vanwege diens tijdelijke of duurzame onvermogen om de belangen van niet-vermogensrechtelijke aard zelf behoorlijk waar te nemen. De voorgestelde mentor is benoemd, aangezien hiertegen geen bezwaar bestond.
Vanwege de COVID-19-pandemie is de beschikking uitgesproken zonder dat betrokkene is gehoord, met de mogelijkheid voor betrokkene om binnen twee weken schriftelijk te verzoeken alsnog gehoord te worden. De mentor is verplicht jaarlijks verslag te doen van zijn werkzaamheden.
De kantonrechter heeft tevens de beloning van de mentor vastgesteld conform de Regeling beloning curatoren, bewindvoerders en mentoren, zowel voor aanvangswerkzaamheden als de jaarbeloning, exclusief omzetbelasting waar van toepassing.
De beschikking is openbaar uitgesproken en bevat alle noodzakelijke bepalingen voor de uitvoering van het mentorschap.