Uitspraak
RECHTBANK OOST-BRABANT
[verdachte] ,
De tenlastelegging.
feiten 1 t/m 19).
De formele voorvragen.
Bewijsbijlage.
Inleidende overwegingen.
Bewijs (t.a.v. feit 1 en 2 van 8 juli 2019)
Bewijs (t.a.v. feit 3 van 7 juli 2019).
Bewijs (t.a.v. 4 van 4 juli 2019).
Bewijs (t.a.v. feit 5 en 6 van 6 juli 2019).
Bewijs (t.a.v. feit 7 en feit 8 van 5 juli 2019).
Bewijs (t.a.v. feit 9 van 30 juni 2019).
Bewijs (t.a.v. feit 10 van 29 juni 2019).
Bewijs (t.a.v. feit 11, feit 12 en feit 13 op 22 april 2019).
Bewijs (t.a.v. feit 14, feit 15, feit 16 van 11 maart 2019).
Bewijs (t.a.v. feit 17 van 26 maart 2019)
Bewijs (t.a.v. feit 18 van 21 maart 2019).
Bewijs (t.a.v. feit 19 van 4 april 2019).
De bewezenverklaring.
De strafbaarheid van het feit.
De strafbaarheid van verdachte.
Oplegging van straf en/of maatregel.
De vordering van de benadeelde partij [slachtoffer 15] .
De vordering van de benadeelde partij [slachtoffer 18] .
Toepasselijke wetsartikelen:
DE UITSPRAAK
8 jaar en 6 maandenmet
aftrekovereenkomstig artikel 27 Wetboek Pro van Strafrecht.