Uitspraak
RECHTBANK OOST-BRABANT
1.[gedaagde 1] ,
[onderbewindgestelde 1]en
[onderbewindgestelde 2],
[onderbewindgestelde 1] EN [onderbewindgestelde 2],
[naam wettelijk vertegenwoordigde],
[gedaagde 3],
[gedaagde 4],
[gedaagde 5],
[gedaagde 6],
[gedaagde 7],
[onderbewindgestelde 1] en [onderbewindgestelde 2] zullen in mannelijk enkelvoud worden aangeduid als [onderbewindgestelden/gedaagden sub 2] en samen met gedaagden 3 t/m 6 als ‘het gezin’.
[gedaagde 7] zal worden aangeduid als [gedaagde 7] .
1.De procedure
- de dagvaarding met producties 1 tot en met 16;
- de conclusie van antwoord met producties 1 tot en met 9;
- de rolbeschikking van 11 juni 2020 waarbij (impliciet) een mondelinge behandeling is bevolen en (expliciet) de dag van de mondelinge behandeling is bepaald;
- de akte van de gemeente met aanvullende producties 17 tot en met 21;
- de akte van de gemeente met aanvullende productie 22;
- de akte van gedaagden met aanvullende productie 10;
- de akte van gedaagden met aanvullende producties 11 tot en met 12;
- het proces-verbaal van mondelinge behandeling van 14 juli 2020;
- de reactie op het proces-verbaal van de gemeente van 29 juli 2020.
2.De feiten
3.Het geschil
Tevens vraagt de gemeente hoofdelijke veroordeling van gedaagden in de proceskosten en nakosten te vermeerderen met de wettelijke rente daarover.
4.De beoordeling
“Het gebruik van de woning geschiedt om niet.”[onderbewindgestelden/gedaagden sub 2] heeft zich niet verbonden tot een tegenprestatie voor het gebruik van de woning. Naar het oordeel van de rechtbank is dus geen sprake van huur.
“Uit coulance is de gemeente bereid u nog een termijn van 3 maanden te geven, om alsnog een andere woning te vinden. (…) Daarna moet u de woning ontruimd en verlaten hebben en start de gemeente met de sloopwerkzaamheden (…)”
.
“Na ommekomst van de hiervoor bedoelde termijn, is de gemeente onder voorwaarden bereid zich ervoor in te spannen om één of meer corporaties zover te krijgen dat zij hen na deze termijn, al dan niet tijdelijk, huisvesten”.
De tekst van de bruikleenovereenkomst spreekt duidelijk over een inspanning van de gemeente en bevat geen resultaatsverplichting. Een resultaatsverplichting zou ook niet mogelijk zijn, omdat de gemeente afhankelijk is van de medewerking van de woningbouwcorporaties. Het zijn de woningbouwcorporaties die bepalen aan wie zij een woning verhuren. Gedaagden stellen nog dat een medewerker van de gemeente tegen de bewindvoerder [gedaagde 1] heeft gezegd dat de gemeente zal zorgen voor huisvesting van het gezin, nu en in de toekomst. De gemeente betwist dat de betrokken medewerker dat heeft gezegd. Wat daarvan ook zij, er is niet gesteld of gebleken dat de betrokken medewerker bevoegd zou zijn om hierover mededelingen te doen die de gemeente binden. Alleen hierom al leidt de gestelde mededeling niet tot een verplichting van de gemeente om voor huisvesting van het gezin te zorgen.
Gedwongen ontruiming
1.086,00(2,0 punten × tarief € 543,00)