Uitspraak
RECHTBANK OOST-BRABANT
2. [verweerder 2] ,
3. [verweerder 3] ,
1.Het procesverloop
2.De feiten
Uit de stukken en ter zitting is gebleken dat de administratie van geopposeerde[BSH, ktr.]
onvoldoende duidelijkheid verschaft over de huidige financiële positie. Daarnaast is gebleken dat geopposeerde tot heden onvoldoende medewerking aan de curator verleend om de financiële positie inzichtelijk te maken. De daaruit voortkomende onzekerheid over de financiële positie van geopposeerde dient ten nadele van geopposeerde te worden gebracht.
3.Het verzoek
€ 494,28 als zijnde declaraties;
4.Het verweer
€ 137.938,46 op BSH. BSH is niet in staat om aan haar financiële verplichtingen te voldoen. Een nieuw faillissement is onafwendbaar. Aan de door [verzoekster] genoemde indicatoren voor misbruik van faillissementsrecht is juist niet voldaan. Door de rechtbank wordt op geen enkele wijze geoordeeld dat er sprake zou zijn van misbruik van faillissementsrecht.
5.De beoordeling
Veel stress van het afgelopen jaar lijkt werkgerelateerd te zijn, doordat cliënte zich erg verantwoordelijk heeft gevoeld voor alles wat er binnen het bedrijf speelde. Mede door de langdurigheid van de afwikkeling van het mediation traject, wat zorgt voor veel onrust en onzekerheid, lijken de klachten de laatste maanden weer toe te nemen”.