ECLI:NL:RBOBR:2020:5316
Rechtbank Oost-Brabant
- Eerste aanleg - enkelvoudig
- Rechtspraak.nl
Beoordeling herziening arbeidsongeschiktheidspercentage op grond van Wet WIA
Eiser, die sinds 2012 een WIA-uitkering ontvangt en sinds 2015 volledig arbeidsongeschikt werd bevonden, werd door het UWV per 14 mei 2018 herbeoordeeld en kreeg een verminderd arbeidsongeschiktheidspercentage van 51,69% toegekend. Eiser betwistte dit besluit en voerde aan dat zijn beperkingen door een rughernia en slaapapneu zijn toegenomen en dat het UWV zijn situatie onvoldoende heeft meegewogen.
De rechtbank oordeelde dat het UWV zijn besluit voldoende zorgvuldig heeft genomen. De verzekeringsarts had een anamnese en lichamelijk onderzoek verricht en het bezwaar was beoordeeld door een verzekeringsarts bezwaar en beroep. De medische rapporten en de Functionele Mogelijkheden Lijst (FML) waren adequaat gemotiveerd en toonden aan dat de beperkingen van eiser niet zwaarder waren dan vastgesteld.
Eiser bracht medische rapporten in, waaronder een ouder rapport van een bedrijfsarts en recente medische informatie van neurologen en huisarts. De rechtbank achtte deze onvoldoende actueel of relevant voor de datum van 14 mei 2018. Ook het verzoek tot benoeming van een deskundige werd afgewezen.
De arbeidsdeskundige van het UWV had op basis van de FML passende functies genoemd die eiser nog zou kunnen uitoefenen. De rechtbank vond geen reden om aan te nemen dat deze functies ongeschikt waren.
Het beroep werd ongegrond verklaard en er werd geen proceskostenveroordeling uitgesproken.
Uitkomst: Het beroep van eiser tegen het UWV-besluit tot herziening van zijn arbeidsongeschiktheidspercentage is ongegrond verklaard.