ECLI:NL:RBOBR:2020:5482
Rechtbank Oost-Brabant
- Eerste aanleg - enkelvoudig
- Rechtspraak.nl
Beoordeling beroep tegen besluit over loonaanvullingsuitkering en inkomenseis
Eiser ontving een loongerelateerde WGA-uitkering die op 20 oktober 2018 overging in een loonaanvullingsuitkering. Verweerder stelde op 8 september 2017 vast dat het arbeidsongeschiktheidspercentage van eiser was gewijzigd naar 68,35%, wat gevolgen heeft voor de inkomenseis die voor eiser pas vanaf 1 oktober 2019 geldt.
Eiser maakte bezwaar tegen het besluit dat zijn loonaanvullingsuitkering ongewijzigd doorloopt en stelde dat het besluit in strijd was met het zorgvuldigheidsbeginsel, vertrouwensbeginsel en motiveringsbeginsel. Ook stelde hij dat er onterecht geen hoorzitting en geen nieuw medisch of arbeidsdeskundig onderzoek had plaatsgevonden.
De rechtbank oordeelde dat verweerder terecht van een hoorzitting afzag, omdat eiser via zijn gemachtigde daarmee instemde en het bezwaar volledig werd gehonoreerd. Ook was een nieuw medisch en arbeidsdeskundig onderzoek niet vereist omdat het bestreden besluit voortvloeit uit het eerdere besluit van 8 september 2017, waarbij al onderzoek was gedaan. De inkomenseis geldt pas vanaf 1 oktober 2019, een datum in de toekomst ten tijde van het bestreden besluit.
Eiser had zich na 8 september 2017 niet gemeld met een toegenomen arbeidsongeschiktheid, zodat er geen aanleiding was voor een nieuwe beoordeling. Het beroep werd daarom ongegrond verklaard. Er werd geen proceskostenveroordeling opgelegd.
Uitkomst: Het beroep tegen het besluit over de loonaanvullingsuitkering en inkomenseis wordt ongegrond verklaard.