ECLI:NL:RBOBR:2020:5535
Rechtbank Oost-Brabant
- Eerste aanleg - enkelvoudig
- Rechtspraak.nl
Tussenuitspraak over herstelplicht UWV bij vaststelling arbeidsongeschiktheid WIA-uitkering
Eiser ontvangt een WIA-uitkering en is het niet eens met de vastgestelde mate van arbeidsongeschiktheid en de geselecteerde functies waarop zijn vervolguitkering is gebaseerd. Het UWV heeft de arbeidsongeschiktheid vastgesteld op 76,71% en een vervolguitkering toegekend van 50,75% van het minimumloon. Eiser betwist de medische beoordeling en de geschiktheid van de functies, onderbouwd met medische rapporten en een verzoek tot benoeming van een onafhankelijke deskundige.
De rechtbank beoordeelt het rapport van de verzekeringsarts en de arbeidsdeskundige en oordeelt dat de medische beoordeling zorgvuldig en consistent is, maar twijfelt aan de geschiktheid van één van de geselecteerde functies, namelijk de functie van bestelautochauffeur uitzending diners. De rechtbank vindt dat het UWV onvoldoende heeft gemotiveerd waarom deze functie passend is gezien de fysieke beperkingen van eiser.
Op grond van artikel 8:51a Awb geeft de rechtbank het UWV de gelegenheid het gebrek te herstellen door een nader arbeidskundig onderzoek en een aanvullende motivering of een nieuwe beslissing op bezwaar. De rechtbank sluit een tweede zitting uit en houdt verdere beslissingen aan tot de einduitspraak. Tegen deze tussenuitspraak staat nog geen hoger beroep open.
Uitkomst: De rechtbank stelt het UWV in de gelegenheid het gebrek in het besluit te herstellen en houdt verdere beslissingen aan.