Eiser, bekend met een stoornis in het autistisch spectrum, ontvangt individuele begeleiding via een persoonsgebonden budget (pgb). De gemeente verleende een maatwerkvoorziening voor begeleiding door een professional en een afbouwregeling voor begeleiding door de vader van eiser, die in een vergunningsvrije mantelzorgwoning woont. Verweerder stelde dat de zorg van de vader mantelzorg is, mede omdat de woning op grond van het Bor als mantelzorgwoning is erkend, en daarom geen aanvullende maatwerkvoorziening nodig is.
Eiser betwistte dit en stelde dat verweerder een te beperkte uitleg geeft aan het begrip mantelzorg in de Wmo en ten onrechte consequenties verbindt aan het omgevingsrecht. De rechtbank stelde vast dat verweerder het wettelijk voorgeschreven stappenplan voor beoordeling van een maatwerkvoorziening niet heeft gevolgd en dat het enkele feit dat een woning als mantelzorgwoning is erkend in het Bor niet automatisch betekent dat de zorg ook als mantelzorg in de Wmo geldt.
De rechtbank oordeelde dat de zorg van de vader tegen betaling wordt verleend, waardoor het niet als mantelzorg kan worden aangemerkt volgens vaste jurisprudentie. Verweerder moet het onderzoek conform het stappenplan alsnog uitvoeren en nieuwe besluiten nemen. De beroepen van eiser worden gegrond verklaard, de bestreden besluiten vernietigd en verweerder wordt veroordeeld tot vergoeding van griffierecht en proceskosten.