ECLI:NL:RBOBR:2020:6460
Rechtbank Oost-Brabant
- Proceskostenveroordeling
- Rechtspraak.nl
Proceskostenveroordeling na intrekking beroep wegens toekenning IVA-uitkering
Verzoekster had beroep ingesteld tegen een besluit van het UWV waarin haar arbeidsongeschiktheid niet werd gewijzigd. Later kende het UWV haar met terugwerkende kracht een IVA-uitkering toe, waarop verzoekster het beroep introk en proceskostenvergoeding vorderde.
De rechtbank oordeelde dat het UWV met het latere besluit volledig aan de bezwaren van verzoekster tegemoet was gekomen, waardoor de procedure werd beëindigd. Op grond van de Algemene wet bestuursrecht kon de rechtbank het UWV veroordelen in de proceskosten van de beroepsfase.
Het UWV verzette zich niet tegen de proceskostenveroordeling en had bovendien toegezegd de kosten van de bezwaarfase en het griffierecht te vergoeden. De rechtbank stelde de proceskostenvergoeding vast op €525, overeenkomstig het Besluit proceskosten bestuursrecht voor beroepsmatige rechtsbijstand.
De rechtbank wees erop dat de kosten van een deskundige reeds in een eerdere uitspraak waren toegewezen, zodat hierover in deze procedure niet meer werd beslist. De uitspraak werd gedaan door rechter C.F.E. van Olden-Smit en griffier F.C. Meulemans op 24 december 2020.
Uitkomst: Het UWV wordt veroordeeld tot betaling van €525 aan proceskosten aan verzoekster.