ECLI:NL:RBOBR:2020:6533

Rechtbank Oost-Brabant

Datum uitspraak
30 december 2020
Publicatiedatum
28 december 2020
Zaaknummer
20/1795
Type
Uitspraak
Uitkomst
Niet-ontvankelijk
Procedures
  • Eerste aanleg - enkelvoudig
Vindplaatsen
  • Rechtspraak.nl
Aangehaalde wetgeving Pro
Art. 8:54 AwbArt. 8:24 AwbArt. 6:6 Awb
Verwijzingen
4 uitgaand
AI samenvatting door LexboostAutomatisch gegenereerd

Niet-ontvankelijkheid beroep wegens ontbreken machtiging in bestuursrechtelijke belastingzaak

Eiseres heeft beroep ingesteld tegen een beslissing op bezwaar van de Belastingdienst-Toeslagen. De rechtbank heeft op grond van artikel 8:54 Awb Pro zonder zitting uitspraak gedaan.

Volgens artikel 8:24, tweede lid, Awb moet een gemachtigde een machtiging overleggen om namens een ander beroep te mogen instellen. Eiseres heeft dit niet binnen de gestelde termijn gedaan ondanks verzoeken van de rechtbank. De rechtbank heeft eiseres meerdere malen in de gelegenheid gesteld het verzuim te herstellen, maar de machtiging werd pas na de termijn ontvangen.

Omdat geen verontschuldiging voor het verzuim is gegeven, verklaart de rechtbank het beroep kennelijk niet-ontvankelijk. Er is geen aanleiding voor een proceskostenveroordeling. Tegen deze uitspraak kan binnen zes weken verzet worden ingesteld.

Uitkomst: Het beroep wordt niet-ontvankelijk verklaard wegens het ontbreken van een tijdige machtiging.

Uitspraak

RECHTBANK OOST-BRABANT

Zittingsplaats 's-Hertogenbosch
Bestuursrecht
zaaknummer: SHE 20/1795

uitspraak van de enkelvoudige kamer van 30 december 2020 in de zaak tussen

[eiseres] , te [woonplaats] , eiseres
(gemachtigde: [naam] )
en
Belastingdienst-Toeslagen, verweerder

Procesverloop

Eiseres heeft tegen de beslissing op bezwaar van verweerder van 25 mei 2020 (het bestreden besluit) beroep ingesteld.

Overwegingen

1. De rechtbank doet op grond van artikel 8:54 van Pro de Algemene wet bestuursrecht (Awb) uitspraak zonder zitting.
2. Iemand die namens een ander beroep instelt, moet op verzoek van de rechtbank een machtiging indienen om aan te tonen dat hij namens die ander beroep mag instellen. Dit staat in artikel 8:24, tweede lid, van de Awb. Als dat niet gebeurt, kan de rechtbank het beroep op grond van artikel 6:6 van Pro de Awb niet-ontvankelijk verklaren.
3. De indiener heeft binnen de gestelde termijn geen machtiging overlegd. De rechtbank heeft de indiener bij brief van 6 juli 2020 verzocht om binnen vier weken dit verzuim te herstellen. Hierbij is vermeld dat, indien de indiener niet aan dit verzoek voldoet, het beroep niet-ontvankelijk kan worden verklaard. De indiener heeft binnen deze termijn geen kopie van de machtiging toegestuurd. De griffier heeft de indiener bij brief van 13 augustus 2020 in de gelegenheid gesteld binnen een week na dagtekening van de brief de rechtbank schriftelijk mede te delen wat de reden is van het niet tijdig herstellen van het verzuim. De rechtbank heeft het kopie van het bestreden besluit en de machtiging pas ontvangen op
20 augustus 2020. Dit is echter buiten de termijn van vier weken.
4. De indiener heeft binnen vier weken geen machtiging ingediend.
5. De indiener heeft geen reden gegeven voor dit verzuim. Er is dus geen verontschuldiging voor dit verzuim.
6. Het beroep is daarom kennelijk niet-ontvankelijk.
7. Voor een proceskostenveroordeling bestaat geen aanleiding.

Beslissing

De rechtbank verklaart het beroep niet-ontvankelijk.
Deze uitspraak is gedaan door mr. J.D. Streefkerk, rechter, in aanwezigheid van
A. Ibrahimovic, griffier. De uitspraak is in het openbaar geschied op 30 december 2020.
griffier rechter
Afschrift verzonden aan partijen op:

Rechtsmiddel

Tegen deze uitspraak kan binnen zes weken na de dag van verzending daarvan verzet worden ingesteld bij deze rechtbank. De indiener van het verzetschrift kan daarbij vragen in de gelegenheid te worden gesteld over het verzet te worden gehoord.