ECLI:NL:RBOBR:2020:6965
Rechtbank Oost-Brabant
- Wraking
- Rechtspraak.nl
Wrakingsverzoek rechter te laat ingediend en niet-ontvankelijk verklaard
Verzoeker heeft in een kort geding procedure op 1 april 2020 mondeling zijn standpunten toegelicht. Op diezelfde dag stuurde hij een e-mail met opmerkingen, maar daarin maakte hij geen melding van een wrakingsverzoek. Pas op 9 april 2020 diende verzoeker een wrakingsverzoek in tegen de rechter, stellende dat hij onvoldoende gelegenheid had gekregen zijn standpunt te uiten tijdens de zitting.
De wrakingskamer oordeelt dat het wrakingsverzoek volgens artikel 37 lid 1 Rv Pro direct na het ontstaan van de omstandigheden moet worden ingediend om de onpartijdigheid van de rechter te waarborgen en vertraging te voorkomen. Verzoeker heeft geen redelijke verklaring gegeven voor het tijdsverloop van ruim een week tussen de zitting en het wrakingsverzoek.
Daarom wordt het wrakingsverzoek niet-ontvankelijk verklaard en komt de wrakingskamer niet toe aan inhoudelijke beoordeling. De beslissing is genomen door de wrakingskamer van de Rechtbank Oost-Brabant op 14 mei 2020, zonder openbare uitspraak vanwege corona.
Uitkomst: Het wrakingsverzoek is niet-ontvankelijk verklaard wegens te late indiening.