ECLI:NL:RBOBR:2020:6975

Rechtbank Oost-Brabant

Datum uitspraak
10 december 2020
Publicatiedatum
9 november 2021
Zaaknummer
WR 20/038
Instantie
Rechtbank Oost-Brabant
Type
Uitspraak
Rechtsgebied
Bestuursrecht
Uitkomst
Niet-ontvankelijk
Procedures
  • Wraking
Vindplaatsen
  • Rechtspraak.nl
Aangehaalde wetgeving Pro
Art. 8:15 AwbArt. 8:18 Awb
AI samenvatting door LexboostAutomatisch gegenereerd

Niet-ontvankelijkheid wrakingsverzoek na einduitspraak bestuursrechtelijke inschrijving

Verzoeker had de voorzieningenrechter verzocht om directe inschrijving voor het studiejaar 2020/2021 aan de masteropleiding Chemical Engineering van de Technische Universiteit Eindhoven (TUE) af te dwingen. De voorzieningenrechter verklaarde zich echter onbevoegd om van het verzoek kennis te nemen en deed daarop een einduitspraak.

Na deze beslissing diende verzoeker een wrakingsverzoek in tegen de rechter die de uitspraak had gedaan. De wrakingskamer oordeelde dat de wet geen mogelijkheid biedt tot wraking na het doen van een einduitspraak. Hierdoor kon het wrakingsverzoek niet in behandeling worden genomen.

De wrakingskamer besloot verzoeker niet-ontvankelijk te verklaren in zijn wrakingsverzoek. Een mondelinge behandeling werd niet noodzakelijk geacht omdat het debat over de gegrondheid van het verzoek niet aan de orde was. Tegen deze beslissing staat een voorziening open op grond van artikel 8:18, vijfde lid, van de Algemene wet bestuursrecht.

Uitkomst: Verzoeker is niet-ontvankelijk verklaard in zijn wrakingsverzoek omdat wraking na een einduitspraak niet mogelijk is.

Uitspraak

beslissing
RECHTBANKOOST-BRABANT
Wrakingskamer
Zaaknummer: WR 20/038
Beslissing van 10 december 2020
van de meervoudige wrakingskamer van de rechtbank op het verzoek ex artikel 8:15 van Pro de Algemene wet bestuursrecht (Awb) van
[verzoeker], in [woonplaats] ,
hierna te noemen: verzoeker,
strekkende tot de wraking van
mr. M.H. Dworakowski-Kelders,
rechter in deze rechtbank
hierna te noemen: de rechter.

1.Procesverloop

Verzoeker heeft de voorzieningenrechter bij brief van 8 september 2020 verzocht te bepalen dat hij voor het studiejaar 2020/2021 direct wordt ingeschreven als student voor de masteropleiding Chemical Engineering van de Technische Universiteit Eindhoven (TUE) en dat de TUE die inschrijving zonder belemmeringen moet uitvoeren.
Bij uitspraak van 12 november 2020 (met zaaknummer: SHE 20/2521) heeft de rechter ( in haar hoedanigheid van voorzieningenrechter) zich onbevoegd verklaard om van het verzoek kennis te nemen.
Verzoeker heeft de rechter bij brief van 1 december 2020 gewraakt.

2.De beoordeling

Het wrakingsverzoek is gedaan nadat de rechter heeft beslist op het verzoek. De wet voorziet echter niet in de mogelijkheid van wraking nadat einduitspraak is gedaan. Om die reden kan verzoeker niet in het wrakingsverzoek worden ontvangen. Voor een behandeling van het verzoek ter terechtzitting bestaat geen reden. Het in de wet opgenomen recht op een mondelinge behandeling (artikel 8:18, eerste lid, van de Awb) is door de wetgever bedoeld voor het debat over de gegrondheid van het verzoek, maar aan dat debat wordt gezien het vorenstaande niet toegekomen.

3.Beslissing

De wrakingskamer verklaart verzoeker niet-ontvankelijk in het verzoek tot wraking.
Deze beslissing is gegeven op 10 december 2020 door mr. H.M.H. de Koning, voorzitter, mrs. T. van de Woestijne en J.J. Janssen, leden, in aanwezigheid van mr. J.T. Lenting, griffier.
griffier voorzitter
Tegen deze beslissing staat
geenvoorziening open (Artikel 8:18, vijfde lid, van de Awb).