Uitspraak
RECHTBANK OOST-BRABANT
tussenuitspraak van de meervoudige kamer van 25 januari 2021 in de zaak tussen
Procesverloop
Overwegingen
met gebruikmaking van algemeen gebruikelijke voorzieningen’. De CRvB heeft drie eisen geformuleerd die aan een algemene voorziening in de concrete situatie gesteld moeten worden. Daaraan heeft verweerder niet getoetst. Met name is van belang of de voorziening financieel kan worden gedragen door een betrokkene op minimumniveau, zoals bij eiseres het geval is. Daarbij dienen de kosten voor de aanschaf van de toiletstoel en het gebruik van de carebags te worden betrokken. Die kosten zijn € 1,50 per stuk. Bij een gebruik van 1 à 2 stuks per dag, bedragen de jaarlijkse kosten meer dan € 550,-. Die kosten kunnen zij niet dragen. Eiseres verwijst naar uitspraken van de CRvB van 11 juli 2018 en 10 oktober 2018 (ECLI:NL:CRVB:2018:2182 en ECLI:NL:CRVB:2018:3093 en van 20 november 2019 ECLI:NL:CRVB:2019:3535). Verwijzen naar de Zvw als voorliggende voorziening voor de toiletstoel is feitelijk onjuist, omdat de incontinentie langdurig van aard is.