Uitspraak
RECHTBANK OOST-BRABANT
uitspraak van de enkelvoudige kamer van 27 januari 2021 in de zaak tussen
Procesverloop
Overwegingen
Beslissing
- verklaart het beroep ongegrond;
- wijst het verzoek om schadevergoeding af.
Rechtbank Oost-Brabant
Eiser, voormalig commercieel directeur, kreeg een WIA-uitkering toegekend op grond van arbeidsongeschiktheid van circa 83%. Hij stelde dat het UWV een ruimere urenbeperking had moeten vaststellen en dat de berekening van zijn dagloon onjuist was. Tevens voerde hij aan dat het UWV hem niet had geïnformeerd over de nadelige gevolgen van deelname aan de startersregeling bij arbeidsongeschiktheid, waardoor hij schade had geleden.
De rechtbank oordeelde dat het medisch en arbeidskundig onderzoek van het UWV zorgvuldig en voldoende gemotiveerd was. De verzekeringsarts had rekening gehouden met de therapie en beperkingen van eiser, en er was geen grond voor een ruimere urenbeperking. De vastgestelde functies waren geschikt en de berekening van het dagloon met toepassing van de startersregeling was juist volgens geldende regelgeving.
Ten aanzien van de informatieplicht stelde de rechtbank dat het UWV geen verplichting heeft om alle mogelijke scenario's en nadelige gevolgen van de startersregeling te schetsen. De verstrekte informatie was juist en volledig, en eiser had geen concrete vragen gesteld. Het verzoek om schadevergoeding werd daarom afgewezen.
Het beroep werd ongegrond verklaard en het verzoek om proceskostenveroordeling afgewezen.
Uitkomst: Het beroep tegen het UWV-besluit wordt ongegrond verklaard en het verzoek om schadevergoeding wordt afgewezen.