ECLI:NL:RBOBR:2021:289
Rechtbank Oost-Brabant
- Eerste aanleg - enkelvoudig
- Rechtspraak.nl
Rechtbank vernietigt niet-ontvankelijkverklaring bezwaar Ziektewet-uitkering en herroept primaire besluit UWV
Eiser ontving een Ziektewet-uitkering die het UWV beëindigde per 11 augustus 2019. Binnen de bezwaartermijn stuurde eiser medische informatie aan het UWV en gaf telefonisch aan het niet eens te zijn met het besluit. Desondanks verklaarde het UWV het daaropvolgende bezwaarschrift buiten termijn en niet-ontvankelijk. Eiser stelde beroep in tegen deze niet-ontvankelijkverklaring, maar trok dit later in.
De rechtbank beoordeelt dat de medische informatie binnen de bezwaartermijn als een tijdig bezwaar had moeten worden aangemerkt, mede vanwege het telefonisch contact waarin eiser zijn onvrede uitte. Het UWV had nader contact kunnen zoeken om bezwaargronden te verduidelijken. Het besluit om het bezwaar niet-ontvankelijk te verklaren wordt daarom vernietigd.
Verder oordeelt de rechtbank dat het primaire besluit van het UWV om niet terug te komen op het beëindigingsbesluit onrechtmatig is, omdat eiser niet om herziening had verzocht. Dit primaire besluit wordt herroepen en het bestreden besluit vernietigd. Het UWV krijgt zes weken om opnieuw inhoudelijk te beslissen op het bezwaar tegen het beëindigingsbesluit.
De rechtbank veroordeelt het UWV tot vergoeding van de proceskosten en het griffierecht. De uitspraak is gedaan door rechter A.F. Vink en griffier E.H.J. van der Steen op 27 januari 2021 in 's-Hertogenbosch.
Uitkomst: De rechtbank vernietigt de niet-ontvankelijkverklaring en het bestreden besluit, herroept het primaire besluit en draagt het UWV op binnen zes weken opnieuw inhoudelijk te beslissen op het bezwaar.