In deze kortgedingprocedure vordert eiseres, de persoonlijke holding van een aandeelhouder, de schorsing van de bestuurder van Unit17 B.V. wegens vermeend wanbeleid. Eiseres stelt dat de bestuurder de belangen van Unit17 en haar mede-aandeelhouder grovelijk heeft veronachtzaamd door het blokkeren van de bankrekening, het onttrekken van gelden en het belemmeren van de handel in mondkapjes.
De bestuurder betwist de beschuldigingen en stelt dat de maatregelen zijn genomen in het belang van Unit17, met name om grote geldbedragen veilig te stellen en onduidelijke betalingen te onderzoeken. Er is geen sprake van onbehoorlijk bestuur en de administratie is naar behoren gevoerd.
De voorzieningenrechter overweegt dat schorsing van een bestuurder in beginsel aan de Ondernemingskamer is voorbehouden en dat in kort geding alleen kan worden geschorst bij gegronde redenen voor wanbeleid. Gezien het ontbreken van schriftelijke afspraken, de onduidelijkheid over de handel in mondkapjes en het ontbreken van voldoende bewijs voor wanbeleid, wijst de rechtbank de vordering af.
Ook wordt geoordeeld dat de voorgestelde tijdelijke bestuurder vanwege belangenverstrengeling niet geschikt is. De eiseres wordt veroordeeld in de proceskosten. Het vonnis is gewezen door mr. W. Schoorlemmer en op 28 januari 2021 uitgesproken.