Uitspraak
RECHTBANK OOST-BRABANT
uitspraak van de enkelvoudige kamer van 2 februari 2021 in de zaak tussen
[eiser] , te [woonplaats] , eiser
Procesverloop
Overwegingen
Eiser ontvangt vanaf 2011 van verweerder hulp bij het huishouden op grond van de Wmo middels een pgb. De laatste indicatie, waarbij het ZZP pgb-tarief was toegekend, liep af op 31 maart 2019. Eiser heeft daarom gevraagd om verlenging van zijn indicatie. Naar aanleiding hiervan heeft verweerder op 19 maart 2019 een huisbezoek afgelegd bij eiser en heeft eiser op 27 maart 2019 een ingevuld PGB motivatie plan ingediend bij verweerder. Op 1 april 2019 heeft verweerder Argonaut gevraagd om een (medisch) advies uit te brengen. Argonaut heeft eiser thuis bezocht op 8 april 2019 en op 11 april 2019 advies uitgebracht. Op 25 april 2019 hebben verweerder en eiser samen een Plan van aanpak ingevuld en getekend.
Subsidiair voert eiser aan dat het pgb-tarief niet toereikend is om passende ondersteuning in te kopen. Verweerder moet een belangenafweging maken omdat eiser voor het blok wordt gezet: hij moet ofwel zijn huishoudelijke hulp bewegen akkoord te gaan met loonsverlaging of hij moet zijn hulp ontslaan en een ander vinden. Dit is belastend voor eiser. Daarom had verweerder gebruik moeten maken van zijn bevoegdheid tot afwijking van het tarief. Verweerder heeft geen evenredige belangenafweging gemaakt, aldus eiser.
Sociaal netwerk:
“Het sociaal netwerk bestaat uit personen uit de huiselijke kring (familieleden, huisgenoten, de (voormalig) echtgenoot en mantelzorgers) en andere personen met wie de klant een sociale relatie onderhoudt. Dit laatste zijn personen met wie de klant regelmatig contacten onderhoudt, zoals bijvoorbeeld buren en medeleden van een vereniging.”
Beslissing
- verklaart het beroep gegrond;
- vernietigt het bestreden besluit;
- herroept het primaire besluit 2 voor zover daarin aan eiser van 1 juli 2019 tot en met 31 maart 2024 een pgb is verstrekt op basis van het tarief voor huishoudelijke hulp die wordt geleverd door een persoon die behoort tot het sociaal netwerk van eiser (€ 14,08 per uur);
- bepaalt dat deze uitspraak in de plaats komt van het bestreden besluit en dat eiser alsnog van 1 juli 2019 tot en met 31 maart 2024 in aanmerking komt voor een pgb op basis van drie uur huishoudelijke hulp per week op basis van het tarief voor een ZZP’er, namelijk € 18,02 per uur;
- veroordeelt verweerder in de proceskosten van eiseres tot een bedrag van € € 1.068,00;
- bepaalt dat verweerder aan eiseres het betaalde griffierecht van € 47,00 vergoedt.
H.J. Renders, griffier. De uitspraak is in het openbaar geschied op 2 februari 2021.