Uitspraak
RECHTBANK OOST-BRABANT
1.De procedure
- de dagvaarding van 16 juni 2021 met 23 producties
- de conclusie van antwoord met 40 producties
- de brief van mr. Folgering van 23 juni 2021 met aanvullende producties 41 tot en met 46
- de brief van mr. Ruardij van 25 juni 2021 met aanvullende producties 24 tot en met 28
- de brief van mr. Folgering van 25 juni 2021 met aanvullende productie 47
- de mondelinge behandeling die op 28 juni 2021 vanwege de Covid-19 maatregelen heeft plaatsgevonden via een verbinding via Skype
- de pleitnota van [eiseres]
- de pleitnota van [gedaagde] .
2.De feiten
3.Het geschil
4.De beoordeling
dathet datacenter zou worden verhuisd, is uitdrukkelijk met die mogelijkheid rekening gehouden en heeft [eiseres] zich daartegen op dat moment ook niet verzet. Het is ook niet zozeer de verhuizing zelf waar [eiseres] zich in dit kort geding tegen verweert. Zij heeft er geen bezwaar tegen dat het datacenter uiteindelijk verhuist naar [plaats 6] , maar zij wenst dat [gedaagde] voorafgaand aan die verhuizing aan een aantal voorwaarden voldoet, bij gebreke waarvan het [gedaagde] wordt verboden het datacenter te verhuizen. Dienaangaande overweegt de voorzieningenrechter als volgt.
1.524,00