ECLI:NL:RBOBR:2021:420
Rechtbank Oost-Brabant
- Eerste aanleg - enkelvoudig
- Rechtspraak.nl
Beoordeling arbeidsongeschiktheid en beëindiging WIA-uitkering na herbeoordeling
Eiser was werkzaam als koerier en meldde zich ziek met klachten aan linkerelleboog, nek, linkerschouder en psychische problemen. Het UWV stelde na herbeoordeling vast dat eiser slechts 24,56% arbeidsongeschikt is en beëindigde de WIA-uitkering. Eiser betwistte dit en stelde volledig arbeidsongeschikt te zijn, onderbouwd met medische stukken van diverse specialisten.
De rechtbank oordeelde dat het UWV-onderzoek zorgvuldig was uitgevoerd door een verzekeringsarts die dossierstudie en lichamelijk onderzoek verrichtte, en dat de medische informatie uit bezwaar en beroep in de beoordeling was betrokken. Er was geen aanwijzing dat het rapport onzorgvuldig of onvoldoende gemotiveerd was.
De rechtbank vond dat de beperkingen van eiser niet onjuist waren ingeschat en dat de door eiser aangevoerde medische stukken geen aanleiding gaven tot een ander oordeel. De rechtbank wees het verzoek tot benoeming van een deskundige af wegens gebrek aan twijfel aan de medische beoordeling.
Ten slotte concludeerde de rechtbank dat de geduide functies geschikt waren voor eiser en dat het beroep ongegrond was. Er werd geen proceskostenveroordeling opgelegd.
Uitkomst: Het beroep van eiser wordt ongegrond verklaard en het UWV-besluit tot beëindiging van de WIA-uitkering wordt bevestigd.