Uitspraak
€ 750,- zal worden opgelegd.
Rechtbank Oost-Brabant
Op 6 september 2019 vond op de A50 bij Eindhoven een verkeersongeval plaats waarbij drie voertuigen betrokken waren, waaronder het voertuig van verdachte. Verdachte maakte een stuurbeweging naar links om in te halen zonder goed in zijn spiegels te kijken of over zijn schouder, waardoor hij een Renault Megane raakte die naast hem reed. Vervolgens botste hij tegen een Hyundai op de rechter rijstrook, waarna beide voertuigen in een sloot belandden.
Een bijrijder van de Hyundai liep ernstig letsel op door het ongeval. De rechtbank stelde vast dat verdachte geen schuld had in de zin van artikel 6 Wegenverkeerswet Pro 1994, en sprak hem vrij van het primair ten laste gelegde. Wel werd het subsidiair ten laste gelegde, het veroorzaken van gevaar op de weg door onoplettend rijgedrag, wettig en overtuigend bewezen verklaard.
De rechtbank legde een geldboete van 500 euro op, lager dan de eis van 750 euro, rekening houdend met de ernst van het feit, het ontbreken van justitiële documentatie van verdachte, zijn inzicht in de ernst van het ongeval en het tijdsverloop sinds het incident. De rechtbank vond een geldboete passend gezien de aard van de overtreding en de omstandigheden, waaronder het feit dat geen sprake was van rijden onder invloed of snelheidsovertreding.
Uitkomst: Verdachte is veroordeeld tot een geldboete van 500 euro wegens het veroorzaken van gevaar op de weg.