De werknemer trad in 2009 in dienst bij LEDNED B.V., later onderdeel van Nordeon Group. In de arbeidsovereenkomst van 30 november 2016 was een relatiebeding opgenomen, dat na omzetting naar onbepaalde tijd bleef gelden. Na een reorganisatie trad de werknemer per 1 juli 2020 in dienst bij NLS, waarbij alle voorwaarden onverkort bleven gelden. Op 31 december 2020 sloten partijen een vaststellingsovereenkomst waarin het relatiebeding onverkort werd gehandhaafd.
NLS vorderde in kort geding naleving van het relatiebeding tot 1 april 2022 en betaling van een boete wegens overtreding. De werknemer bezocht echter een belangrijke relatie van NLS namens een concurrent, wat de overtreding bevestigde. De rechtbank oordeelde dat het relatiebeding geldig is en tussen partijen geldt, ondanks de stellingen van de werknemer over nietigheid en rechtsopvolging.
De vordering tot naleving werd toegewezen met een dwangsom, maar de boetevordering werd afgewezen wegens onvoldoende spoedeisend belang en onduidelijkheid over de omvang van de overtredingen. De tegenvordering tot schorsing en matiging van het relatiebeding en boete werd eveneens afgewezen. De werknemer werd veroordeeld in de proceskosten.