ECLI:NL:RBOBR:2021:517
Rechtbank Oost-Brabant
- Eerste aanleg - meervoudig
- Rechtspraak.nl
Beoordeling intrekking milieuvergunningen op grond van Wet Bibob na niet tijdig invullen vragenformulier
Eiser exploiteert twee varkensbedrijven waarvoor milieuvergunningen zijn verleend. Verweerder trok deze vergunningen in op grond van artikel 5.19, lid 4, Wabo juncto de Wet Bibob, vanwege het niet tijdig invullen van het Bibob-vragenformulier. Eiser stelde dat de procedure niet correct was gevolgd en dat hij de brieven niet had ontvangen. De rechtbank stelde vast dat verweerder niet volledig de juiste procedure had gevolgd, maar dat dit geen belangen van derden had geschaad en het gebrek met toepassing van artikel 6:22 Awb Pro kon worden gepasseerd.
De rechtbank oordeelde dat de aangetekende brieven rechtsgeldig waren verzonden en dat eiser bewust de medewerking aan het Bibob-onderzoek had geweigerd. Hoewel eiser het formulier later alsnog invulde, kon dit niet leiden tot heroverweging van het besluit. De rechtbank vond dat verweerder op goede gronden tot intrekking had kunnen besluiten, mede gelet op de wettelijke kwalificatie van het niet invullen als een ernstig gevaar.
Eiser voerde ook aan dat de belangenafweging onrechtvaardig was vanwege de verstrekkende gevolgen van de intrekking. De rechtbank verwierp dit en overwoog dat verweerder voldoende inspanningen had verricht om medewerking te verkrijgen en dat de gevolgen voor eiser voor zijn rekening en risico kwamen.
Het beroep werd ongegrond verklaard en er werd geen proceskostenveroordeling opgelegd. De uitspraak werd gedaan door de meervoudige kamer van de Rechtbank Oost-Brabant op 11 februari 2021.
Uitkomst: Het beroep tegen de intrekking van de milieuvergunningen wordt ongegrond verklaard.