ECLI:NL:RBOBR:2021:5447
Rechtbank Oost-Brabant
- Eerste aanleg - enkelvoudig
- R. Hebbink
- Rechtspraak.nl
Afwijzing Tozo-aanvraag zelfstandige pensioengerechtigde geen leeftijdsdiscriminatie
Eiser, een zelfstandige geboren in 1952 en pensioengerechtigde, diende aanvragen in voor algemene bijstand op grond van de Tijdelijke overbruggingsregeling zelfstandig ondernemers (Tozo). Verweerder wees deze aanvragen af omdat eiser de pensioengerechtigde leeftijd had bereikt en daarom niet tot de rechthebbenden van de Tozo behoorde. Eiser voerde aan dat hij niet de pensioengerechtigde leeftijd had bereikt zoals bedoeld in de Tozo en dat dit tot leeftijdsdiscriminatie leidde. Tevens stelde hij dat het verstrekken van voorschotten vertrouwen had gewekt dat hij recht had op bijstand.
De rechtbank oordeelde dat de pensioengerechtigde leeftijd volgens de Participatiewet en de Algemene Ouderdomswet in 2020 voor eiser 66 jaar en 4 maanden was, en dat eiser deze leeftijd had bereikt. Hierdoor viel hij niet onder de definitie van zelfstandige in de Tozo en had hij geen recht op bijstand op grond van deze regeling. De rechtbank vond geen sprake van leeftijdsdiscriminatie omdat pensioengerechtigden via de aanvullende inkomensvoorziening ouderen (AIO) een adequaat vangnet hebben.
Verder werd geoordeeld dat het verstrekken van voorschotten door verweerder niet leidde tot een gerechtvaardigd vertrouwen dat de aanvraag zou worden gehonoreerd. Verweerder had snel gehandeld om zelfstandigen te helpen zonder direct de rechtmatigheid te toetsen. Het beroep werd daarom ongegrond verklaard.
Uitkomst: Het beroep van eiser tegen de afwijzing van zijn Tozo-aanvraag wordt ongegrond verklaard.