ECLI:NL:CRVB:2021:1789
Centrale Raad van Beroep
- Hoger beroep
- Rechtspraak.nl
Afwijzing aanvraag Tozo vanwege niet-inschrijving bij Kamer van Koophandel
Appellant, een zelfstandig freelance muziekjournalist en tekstschrijver, diende op 30 maart 2020 een aanvraag in voor bijstand op grond van de Tijdelijke overbruggingsregeling zelfstandig ondernemers (Tozo). Het dagelijks bestuur wees de aanvraag af omdat appellant niet op 17 maart 2020 was ingeschreven in het handelsregister van de Kamer van Koophandel, zoals vereist volgens artikel 2, eerste lid, van de Tozo.
De rechtbank verklaarde het beroep tegen dit besluit ongegrond. Appellant voerde in hoger beroep aan dat hij al jarenlang als zelfstandige werkte en door instanties als ondernemer werd erkend, ondanks het ontbreken van inschrijving bij de Kamer van Koophandel. Hij stelde dat de inschrijvingsvoorwaarde de doelstelling van de Tozo voorbijschiet en dat de regeling niet op hem toegepast zou moeten worden.
De Raad overwoog dat de Tozo een algemene maatregel van bestuur is met terugwerkende kracht tot 1 maart 2020, gebaseerd op artikel 78f van de Participatiewet. De inschrijving bij de Kamer van Koophandel is een wettelijke vereiste voor het uitoefenen van een zelfstandig beroep en daarmee ook voor het recht op Tozo-bijstand. De Raad oordeelde dat de inschrijvingsvoorwaarde verbindende kracht heeft en niet buiten toepassing kan worden gelaten, ook niet in het geval van appellant.
De Raad bevestigde dat de mogelijkheid bestaat om de kring van rechthebbenden uit te breiden via ministeriële regeling, maar dat hiervan geen gebruik is gemaakt in deze situatie. De afwijzing van de aanvraag blijft daarom in stand en het hoger beroep wordt verworpen.
Uitkomst: De Centrale Raad van Beroep bevestigt de afwijzing van de Tozo-aanvraag wegens het ontbreken van inschrijving bij de Kamer van Koophandel op 17 maart 2020.