Uitspraak
RECHTBANK OOST-BRABANT
, [naam] , [naam] , [naam] , [naam] , [naam] en [naam]uit [woonplaats] , eisers
[naam] B.V.te [vestigingsplaats] , vergunninghoudster,
Rechtbank Oost-Brabant
De zaak betreft een omgevingsvergunning voor het verbouwen van een horecagelegenheid met bedrijfswoning tot vijf appartementen, waarbij afgeweken wordt van het bestemmingsplan. Eisers, omwonenden, maken bezwaar tegen de vergunning en stellen dat de bevoegdheid tot afwijken onjuist is toegepast en dat het bouwplan niet voldoet aan het Bouwbesluit 2012.
De rechtbank stelt vast dat de bouwactiviteiten niet in strijd zijn met de bouwregels van het bestemmingsplan, maar het gebruik als appartementen wel. Verweerder heeft de vergunning verleend met toepassing van artikel 4, onderdelen 1, 4 en 9 van bijlage II van het Besluit omgevingsrecht (Bor). De rechtbank oordeelt dat het primaire besluit onjuist was omdat het bouwvolume wordt vergroot, waarvoor artikel 4, onderdeel 9 niet volstaat. Het herstelbesluit is echter wel toelaatbaar.
Verder wordt geoordeeld dat de vergunning voldoet aan de eisen van het Bouwbesluit 2012, dat de belangenafweging zorgvuldig is gemaakt en dat de bezwaren van eisers, zoals geluidsoverlast, privacy en daglichttoetreding, onvoldoende zwaar wegen. Het beroep tegen het bestreden besluit wordt gegrond verklaard en het besluit vernietigd, het beroep tegen het herstelbesluit wordt ongegrond verklaard. Het verzoek om voorlopige voorziening wordt afgewezen.
Uitkomst: Het beroep tegen het bestreden besluit wordt gegrond verklaard en het besluit vernietigd; het beroep tegen het herstelbesluit wordt ongegrond verklaard.