Uitspraak
RECHTBANK OOST-BRABANT
1.[eiser sub 1] ,
Dexia Nederland B.V.,
Rechtbank Oost-Brabant
In deze zaak vorderden eisers een verklaring voor recht en schadevergoeding van Dexia Nederland B.V. wegens het niet naleven van zorgplichten bij een effectenleaseovereenkomst uit 1999. De kantonrechter kwam in een tussenvonnis tot een voorlopig oordeel dat het retourneren van het ondertekende contract als het doorgeven van een order kon worden gezien. Na nadere beoordeling en het arrest van het Hof Arnhem-Leeuwarden van 3 november 2020, kwam de kantonrechter terug op dit oordeel en stelde vast dat de tussenpersoon slechts een ondersteunende rol had en geen orderremisier was.
De kantonrechter beoordeelde vervolgens de zorgplichten van Dexia, waarbij werd vastgesteld dat de onderzoeksplicht niet was geschonden omdat eisers onvoldoende hadden onderbouwd dat de overeenkomst een onaanvaardbare financiële last vormde. Wel stond vast dat Dexia haar waarschuwingsplicht niet was nagekomen, wat onrechtmatig handelen opleverde jegens eisers.
Als gevolg hiervan werd Dexia veroordeeld tot terugbetaling van tweederde van de restschuld, vermeerderd met wettelijke rente vanaf de datum van betaling van de restschuld door eisers. De overige vorderingen werden afgewezen. De proceskosten werden gecompenseerd en het vonnis werd uitvoerbaar bij voorraad verklaard.
Uitkomst: Dexia wordt veroordeeld tot terugbetaling van tweederde van de restschuld wegens schending van de waarschuwingsplicht.