Uitspraak
RECHTBANK OOST-BRABANT
Dexia Nederland B.V.,
Rechtbank Oost-Brabant
In deze zaak stond de effectenleaseovereenkomst tussen eiser en Dexia centraal. De kantonrechter kwam terug op een voorlopig oordeel dat het door de tussenpersoon aan Dexia sturen van de overeenkomst als doorgeven van een order kon worden beschouwd. Uit het arrest van het Hof Arnhem-Leeuwarden bleek echter dat de tussenpersoon slechts een ondersteunende rol had en niet als orderremisier kon worden aangemerkt.
De kantonrechter beoordeelde vervolgens de zorgplichten van Dexia, bestaande uit een onderzoeksplicht en een waarschuwingsplicht. Er werd geoordeeld dat eiser onvoldoende had onderbouwd dat Dexia haar onderzoeksplicht had geschonden. Wel stond vast dat Dexia haar waarschuwingsplicht niet was nagekomen, wat onrechtmatig handelen opleverde.
Als gevolg hiervan werd Dexia veroordeeld om tweederde van de restschuld van € 863,61 te dragen. Andere vorderingen van eiser werden afgewezen, evenals de gevorderde buitengerechtelijke kosten. Eiser werd veroordeeld in de proceskosten, en het vonnis werd in het openbaar uitgesproken op 21 oktober 2021.
Uitkomst: Dexia handelt onrechtmatig door niet nakomen waarschuwingsplicht en moet tweederde van de restschuld dragen; eiser wordt veroordeeld in proceskosten.