Uitspraak
RECHTBANK OOST-BRABANT
uitspraak van de meervoudige kamer van 9 november 2021 in de zaak tussen
[eiser] , te [woonplaats] , eiser
Procesverloop
Overwegingen
Indien een studerende in een kalenderjaar meerinkomen heeft, is die studerende aan Onze Minister een bedrag ter grootte van het meerinkomen verschuldigd, met dien verstande dat dit bedrag niet groter kan zijn dan de som van de met betrekking tot dat kalenderjaar aan die studerende toegekende bedragen aan:
1. In afwijking van artikel 3.17 blijft dat artikel, zoals dat luidde op 31 augustus 2015, van toepassing op studenten in de kalenderjaren waarin zij aanspraak hebben op een basisbeurs als bedoeld in artikel 3.6, zoals dat luidde op 31 augustus 2015.
2. In afwijking van het eerste lid blijft voor de berekening van de bijverdiengrens over het kalenderjaar waarin een student ingevolge de Wet studievoorschot hoger onderwijs voor het eerst geen basisbeurs ontvangt buiten beschouwing het inkomen van een student dat is verworven vanaf de eerste maand waarin geen aanspraak op een basisbeurs bestaat, bedoeld in artikel 3.6, zoals dat luidde op 31 augustus 2015.
ingevolge de Wet studievoorschot hoger onderwijsvoor het eerst geen basisbeurs meer in dat kalenderjaar ontvangt. Het gaat hierbij dus om studenten die volgens de oude regels wel nog in september 2015 een basisbeurs zouden krijgen, maar hier vanwege de wetswijziging geen recht meer op hadden. Eiser had op 1 september 2016 in totaal al vier jaar basisbeurs ontvangen en had daarom ook onder de oude regelgeving geen recht meer op de basisbeurs. Daarom heeft hij niet
als gevolg van de nieuwe wetgeen basisbeurs meer ontvangen, maar als gevolg van het feit dat de maximale duur van zijn basisbeurs was bereikt, en geldt artikel 12.19, tweede lid, van de Wsf 2000 niet voor hem. Deze lezing van artikel 12.19, tweede lid, van de Wsf 2000 wordt ook bevestigd door de Memorie van Toelichting. [2] Onder de uitleg van artikel 12.19 staat namelijk dat de bijverdiengrens wordt afgeschaft voor iedereen die
ingevolge de Wet studievoorschot hoger onderwijsniet langer een basisbeurs ontvangt. De overgangsregeling is dus slechts bedoeld voor de studenten die door de wetswijziging in een meer nadelige positie terecht zijn gekomen. Daar is bij eiser geen sprake van. Op hem is dan ook niet het overgangsrecht van toepassing, maar artikel 3.17 van de Wsf 2000 zoals deze wet gold op 31 augustus 2015. [3]