Uitspraak
RECHTBANK OOST-BRABANT
[verdachte] ,
8 juli 2021, 23 september 2021, 4 november 2021, 8 november 2021 en 1 december 2021.
De tenlastelegging.
[slachtoffer 1]” en in feit 3 de namen “
[slachtoffer 2]” en
“[slachtoffer 3]”vermeld in plaats van respectievelijk “
[slachtoffer 1]”, “
[slachtoffer 2]” en
“[slachtoffer 3]”. De rechtbank herstelt deze schrijffouten en leest telkens het laatste in plaats van het eerste. Voor zover overigens in de tenlastelegging taal- en/of schrijffouten voorkomen, zijn deze in de bewezenverklaring verbeterd. Blijkens het verhandelde ter terechtzitting is de verdachte daardoor niet in de verdediging geschaad.
De formele voorvragen.
Bewijs.
Juridisch kader.
Ten aanzien van feit 1 en feit 4.
[slachtoffer 1] (feit 1).
Misbruik van uit feitelijke omstandigheden voortvloeiend overwicht.
Misbruik van een kwetsbare positie.
[slachtoffer 5] (feit 4).
Een andere feitelijkheid.
Misleiding.
Misbruik van uit feitelijke omstandigheden voortvloeiend overwicht.
Misbruik van een kwetsbare positie.
[slachtoffer 3] , [slachtoffer 2] en [slachtoffer 4] .
Een andere feitelijkheid.
Misbruik van uit feitelijke omstandigheden voortvloeiend overwicht.
Misbruik van een kwetsbare positie.
Ten aanzien van feit 2.
De bewezenverklaring.
De strafbaarheid van de feiten.
De strafbaarheid van de verdachte.
Oplegging van straf en/of maatregel.
- een gevangenisstraf voor de duur van 6 jaren, met aftrek van de tijd die de verdachte reeds in voorarrest heeft doorgebracht;
- oplegging van de vrijheidsbeperkende maatregel op grond van artikel 38v van het Wetboek van Strafrecht, voor de duur van 5 jaren, inhoudende een contactverbod met slachtoffers [slachtoffer 3] , [slachtoffer 2] , [slachtoffer 4] , [slachtoffer 5] en [slachtoffer 1] , met toepassing van (telkens) 14 dagen hechtenis bij overtreding van dat verbod met een maximum van 6 maanden.
4 november 2021, dat hij 60% van de verdiensten kreeg en [slachtoffer 3] , [slachtoffer 2] en [slachtoffer 4] tezamen 40%, terwijl het fysieke werk dat zij deden in geen verhouding stond tot de werkzaamheden die de verdachte daadwerkelijk verrichtte. Verdachte vond dit een schappelijke verdeling en vond hetgeen was gebeurd allemaal niet zo schokkend, zei hij. Uit het dossier volgt dat de vrouwen hun verdiensten direct moesten afgeven aan de verdachte of de medeverdachten die het op hun beurt weer aan de verdachte gaven. De verdachte was overduidelijk uit op maar één ding: zijn eigen financiële gewin. En dit financiële gewin kon voor hem niet hoog genoeg zijn. De verdachte heeft het belang van de slachtoffers bij het behoud van hun waardigheid en zelfbeschikkingsrecht daaraan volledig ondergeschikt gemaakt. Zo moesten de vrouwen bijvoorbeeld ook werken als zij ongesteld waren. Uit een politieverhoor van [slachtoffer 2] en een appgesprek tussen de verdachte en [slachtoffer 5] volgt dat zij zoveel klanten moesten afwerken, dat zij op enig moment pijn aan hun vagina’s hadden. De verdachte bekommerde zich hierover kennelijk niet. Ook is uit het dossier gebleken dat zowel [slachtoffer 1] als [slachtoffer 3] en [slachtoffer 2] verschillende soa’s hebben opgelopen als gevolg van onveilige seks met klanten. Uit menig appgesprek volgt dat de verdachte en de medeverdachten op een denigrerende wijze met de vrouwen omgingen en dat zij met weinig eerbied over hen spraken. Er was naar het oordeel van de rechtbank sprake van een vergaande vorm van uitbuiting van de slachtoffers. Aldus heeft de verdachte een grove inbreuk gemaakt op hun geestelijke en lichamelijke integriteit. De psychische gevolgen van dergelijke uitbuiting voor een slachtoffer zijn doorgaans groot, zo is algemeen bekend. De omstandigheid dat de vrouwen aanvankelijk vrijwillig voor de prostitutie hadden gekozen en zij de verdachte – ten aanzien van [slachtoffer 3] , [slachtoffer 2] en [slachtoffer 4] al dan niet met tussenkomst van medeverdachte [medeverdachte 8] – bij hun werkzaamheden hebben betrokken, zoals door en namens de verdachte ter terechtzitting regelmatig is benadrukt, maakt het handelen van de verdachte naar het oordeel van de rechtbank niet minder laakbaar.
De vorderingen van benadeelde partijen [slachtoffer 3] en [slachtoffer 2] .
- ten aanzien van de post reiskosten (€ 63,05) op 25 oktober 2021;
- ten aanzien van de post immateriële schade (€ 3.000,-) op 31 oktober 2018.
De motivering ten aanzien van het beslag.
Toepasselijke wetsartikelen.
De uitspraak.
straf:
* een gevangenisstraf voor de duur van 6 jaren;
bijkomende straf:
* verbeurdverklaring van de volgende in beslag genomen goederen:
- een telefoon, merk Apple, type iPhone, kleur zwart (goednummer 1580403);
- een telefoon, merk Apple, type iPhone 7, kleur zwart (goednummer 1657376);
maatregelen:
onttrekking aan het verkeervan een tas, merk Louis Vuitton, met initialen “TG” (namaak) (goednummer 1581492);
maatregel van schadevergoedingvan
€ 3.000,-, te vervangen door
40 dagen gijzeling;
maatregel van schadevergoedingvan
€ 3.063,05, te vervangen door
40 dagen gijzeling;
- ten aanzien van de post reiskosten (€ 63,05) op 25 oktober 2021;
- ten aanzien van de post immateriële schade (€ 3.000,-) op 31 oktober 2018;
- ten aanzien van de post reiskosten (€ 63,05) op 25 oktober 2021;
- ten aanzien van de post immateriële schade (€ 3.000,-) op 31 oktober 2018;