ECLI:NL:RBOBR:2021:7207
Rechtbank Oost-Brabant
- Eerste aanleg - enkelvoudig
- Rechtspraak.nl
Afwijzing vordering wegens geen onrechtmatig handelen bij overhangende esdoorntakken op weiland met paarden
Eisers, eigenaren van paarden, vorderden schadevergoeding van gedaagden wegens het overlijden van een paard door het eten van esdoornbladeren en -zaden die van bomen van gedaagden overhingen op het weiland dat eisers huurden. De veearts stelde vast dat het paard leed aan atypische myopathie veroorzaakt door esdoornvergiftiging.
Eisers stelden dat gedaagden onrechtmatig hadden gehandeld door de esdoorns onvoldoende te onderhouden en dat de bomen in strijd met art. 5:42 BW Pro in de verboden zone stonden. Gedaagden voerden verweer dat zij niet wisten noch behoefden te weten dat esdoorns giftig zijn voor paarden en dat het enkele feit dat een dier ziek wordt door struiken van een buurman niet automatisch aansprakelijkheid oplevert.
De rechtbank oordeelde dat de in het maatschappelijk verkeer betamende zorgvuldigheid niet vereist dat iemand die een plant onder zich heeft waarvan de giftigheid niet bekend is, verplicht is deze zodanig te controleren dat geen gevaar ontstaat. Er was geen bewijs dat gedaagden wisten of hadden moeten weten dat esdoorns giftig zijn voor paarden. Ook was niet gebleken dat de bomen in de verboden zone stonden met de vereiste aanmaning. De vorderingen werden afgewezen en eisers werden veroordeeld in de proceskosten.
Uitkomst: De vordering tot schadevergoeding wegens overlijden van een paard door esdoornvergiftiging wordt afgewezen wegens ontbreken van onrechtmatig handelen door gedaagden.