Uitspraak
RECHTBANK OOST-BRABANT
[verdachte] ,
De tenlastelegging.
Ten aanzien van parketnummer 03.042579.19:
Ten aanzien van 03.232412.19:
De formele voorvragen.
Vrijspraak.
feiten 1, 9, 10, 11, 12, 13 primair, 14 primair, 15, 21, 22, 23 en 24 van 03.232412.19is ten laste gelegd, zodat de verdachte daarvan behoort te worden vrijgesproken.
Bewijs
Algemene overwegingen ten aanzien van het bewijs:
hierna ook wel “de Audi” of “de auto” genoemd) en dat deze personen ook in die auto reden. Verdachte heeft hierbij alleen de naam van de niet gevonden getuige [getuige 2] genoemd als zijnde één van de personen die in de ten laste gelegde periode ook gebruik maakte van de Audi. Van de andere persoon wilde hij de naam niet noemen.
Bijzondere overwegingen van de rechtbank:
(zie feit 20 van 03.232412.19). Bij deze inbraak, in tijd gelegen vóórdat verdachte in het bezit was van de Audi, is gebleken dat schroevendraaier A ook daar (al) door verdachte is gebruikt om een sleutelkastje open te breken.
(feit 8)is ingebroken, waarbij de toegang werd verschaft door de sleutel te pakken uit het bij de voordeur hangende, opengebroken sleutelkastje. Er werden uit de woning diverse goederen weggenomen, waaronder een gouden ring, twee gouden armbanden en een stoffen zwarte tas.
zie hiervoor onder feit 4 van 03.042579.19).
Beslissing ten aanzien van de voorwaardelijke verzoeken:
nietvoor het bewijs heeft gebezigd, komt zij niet toe aan de door de verdediging voorwaardelijk gedane verzoeken tot het nader horen van deze getuigen.
De bewezenverklaring.
De strafbaarheid van het feit.
De strafbaarheid van verdachte.
Oplegging van straf en/of maatregel.
De vorderingen van de benadeelde partijen.
De vordering van de benadeelde partij [slachtoffer 2] .
De vordering van de benadeelde partij [slachtoffer 3] .
De vordering van de benadeelde partij [slachtoffer 5] .
De vordering van de benadeelde partij [slachtoffer 9] .
De vordering van de benadeelde partij [slachtoffer 27] .
De vordering van de benadeelde partij [slachtoffer 14] .
De vordering van de benadeelde partij [slachtoffer 34] .
benadeeldezou zijn toegekomen. Een bedrag van € 3.000,= is volgens de officier van justitie passend en geboden, alsmede de wettelijke rente en ook ten aanzien van dit bedrag oplegging van de schadevergoedingsmaatregel.
De vordering van de benadeelde partij [slachtoffer 30] .
Beslag.De rechtbank is van oordeel dat de in het dictum nader te noemen inbeslaggenomen voorwerpen vatbaar zijn voor verbeurdverklaring, omdat - zoals blijkt uit het onderzoek ter terechtzitting - dit voorwerpen zijn met betrekking tot welke bewezen verklaarde feiten zijn begaan en deze voorwerpen ten tijde van het begaan van de feiten aan verdachte toebehoorden.
Toepasselijke wetsartikelen.
DE UITSPRAAK
Feit 1:
Feit 2:
Feit 3:
Feit 4:
Feit 2 primair:
Feit 3 primair:
Feit 4 primair:
Feit 5 primair
Feit 6 primair
Feit 7 primair
Feit 8
Feit 13 subsidiair:
Feit 14 subsidiair:
Feit 16:
Feit 17:
Feit 18:
Feit 19:
Feit 20:
Feit 25:
Feit 26 primair:
Feit 27:
Feit 28:
gevangenisstrafvoor de duur van
9 jarenmet aftrek overeenkomstig artikel 27 Wetboek Pro van Strafrecht.