ECLI:NL:RBOBR:2021:753
Rechtbank Oost-Brabant
- Eerste aanleg - meervoudig
- Rechtspraak.nl
Beroep ongegrond tegen WOZ-waarde en proceskostenveroordeling afgewezen
De zaak betreft een geschil over de vaststelling van de WOZ-waarde van een bedrijfsgebouw te Deurne voor het jaar 2019. Verweerder had de waarde aanvankelijk vastgesteld op €765.000, waarna bezwaar werd gemaakt. De waarde werd vervolgens bij uitspraak op bezwaar verlaagd naar €763.000. Eiser betwistte deze waarde niet langer, maar vorderde een proceskostenvergoeding omdat hij meende dat verweerder de onderbouwing van de waarde pas laat had gegeven, namelijk in het verweerschrift.
De rechtbank oordeelt dat verweerder reeds in de uitspraak op bezwaar en het bijbehorende taxatierapport voldoende inzicht heeft gegeven in de waardebepaling. Het feit dat verweerder de onderbouwing in het verweerschrift verder heeft uitgewerkt, leidt niet tot een ander oordeel. De rechtbank vindt dan ook dat eiser niet heeft hoeven te procederen om de onderbouwing te verkrijgen.
Daarom verklaart de rechtbank het beroep ongegrond en wijst het verzoek tot veroordeling van verweerder in de proceskosten af. De uitspraak is gedaan door een meervoudige kamer van de rechtbank Oost-Brabant op 22 februari 2021. Tegen deze uitspraak staat hoger beroep open bij het gerechtshof te ’s-Hertogenbosch.
Uitkomst: Het beroep tegen de WOZ-waarde wordt ongegrond verklaard en het verzoek tot proceskostenvergoeding wordt afgewezen.