ECLI:NL:RBOBR:2021:79
Rechtbank Oost-Brabant
- Eerste aanleg - meervoudig
- Rechtspraak.nl
Beoordeling functioneren ambtenaar als voldoende is terecht
Eiser, werkzaam als senior medewerker Informatie- en Facilitair Management bij de gemeente Best, is het niet eens met de beoordeling van zijn functioneren in 2018 als 'voldoende'. Hij stelt dat hij meer taken heeft uitgevoerd dan erkend, waaronder acht aanbestedingsprocedures en verantwoordelijkheden als coördinator BHV voor 550 medewerkers, en dat hij het voordeel van de twijfel moet krijgen bij verschil van inzicht over de beoordeling.
De rechtbank onderzoekt de uitleg van punt F van de Notitie criteria toekenning uitloopperiodiek, waarin staat dat de medewerker het voordeel van de twijfel krijgt bij verschil van inzicht met terugwerkende kracht. De rechtbank concludeert dat deze bepaling niet betekent dat de medewerker zelf de beoordeling mag bepalen, maar dat bij verschil van inzicht een herbeoordeling over een langere periode kan plaatsvinden. Het college heeft de beoordelingscriteria en procedure met instemming van de ondernemingsraad vastgesteld.
De rechtbank stelt vast dat eiser niet aannemelijk heeft gemaakt dat zijn functioneren structureel boven de norm was, mede omdat hij niet alle taken binnen zijn functie heeft opgepakt en er sprake is van lange doorlooptijden door zijn werkwijze. De incidentele vergoedingen en extra taken als BHV-coördinator wegen niet zwaar genoeg om de beoordeling te wijzigen. Het beroep wordt ongegrond verklaard, maar het college wordt wel veroordeeld tot vergoeding van griffierecht en proceskosten vanwege een eerder motiverings- en zorgvuldigheidsgebrek dat in beroep is hersteld.
Uitkomst: Het beroep tegen de beoordeling van het functioneren als 'voldoende' wordt ongegrond verklaard.