Eisers hebben beroep ingesteld tegen twee besluiten van de gemeente Oss: het buiten behandeling laten van hun aanvraag voor een omgevingsvergunning en het opleggen van de verplichting tot het opstellen van een milieueffectrapport (m.e.r.). De rechtbank oordeelt dat de gemeente niet zonder meer de aanvraag buiten behandeling had mogen stellen vanwege het ontbreken van een m.e.r.-beoordelingsbesluit. De rechtbank stelt dat verweerder de eisers had moeten wijzen op het ontbreken van een m.e.r.-beoordelingsbesluit en hen de mogelijkheid had moeten bieden dit aan te vullen.
De rechtbank concludeert dat het bestreden besluit om de aanvraag buiten behandeling te laten genomen is in strijd met de artikelen 7:11 en 7:12 van de Awb. De beroepen tegen beide besluiten zijn gegrond en de rechtbank vernietigt deze besluiten. De rechtbank laat echter de rechtsgevolgen van de vernietigde besluiten in stand omdat verweerder terecht een milieueffectrapport mocht verlangen vanwege mogelijke risico’s voor de volksgezondheid.
De rechtbank wijst het beroep op het vertrouwensbeginsel af omdat eisers niet konden afleiden dat een m.e.r.-beoordelingsbesluit niet nodig was. Ook is er geen overgangsrecht voor de gewijzigde regelgeving. De rechtbank veroordeelt verweerder tot vergoeding van griffierecht en proceskosten aan eisers. De uitspraak benadrukt de noodzaak van zorgvuldigheid en volledige behandeling van bezwaren in bestuursrechtelijke procedures.