ECLI:NL:RBOBR:2022:1195

Rechtbank Oost-Brabant

Datum uitspraak
31 maart 2022
Publicatiedatum
31 maart 2022
Zaaknummer
01-271642-19
Instantie
Rechtbank Oost-Brabant
Type
Uitspraak
Rechtsgebied
Strafrecht
Uitkomst
Vrijspraak
Procedures
  • Eerste aanleg - meervoudig
Vindplaatsen
  • Rechtspraak.nl
AI samenvatting door LexboostAutomatisch gegenereerd

Vrijspraak woningoverval en opzetheling Rolex horloge wegens onvoldoende bewijs

Verdachte werd primair beschuldigd van een woningoverval in vereniging waarbij een Rolex horloge werd gestolen met geweld en bedreiging, en subsidiair van opzetheling van het horloge. De officier van justitie baseerde haar vordering op onder meer mastgegevens van de telefoon van verdachte en beveiligingsbeelden waarop verdachte in de nabijheid van een medeverdachte werd gezien.

De verdediging ontkende betrokkenheid en pleitte vrijspraak. De rechtbank constateerde dat hoewel verdachte in de buurt van het delict was en in de nabijheid van de medeverdachte werd gezien, de verklaring van de medeverdachte onbetrouwbaar was en het slachtoffer verdachte niet herkende. Hierdoor was er onvoldoende wettig bewijs voor een bewezenverklaring.

De rechtbank sprak verdachte vrij van zowel de woningoverval als de opzetheling. Tevens wees zij de vorderingen van de benadeelde partijen af wegens niet-ontvankelijkheid. De voorlopige hechtenis werd opgeheven en de gevorderde tenuitvoerlegging van een voorwaardelijke straf werd afgewezen.

Uitkomst: Verdachte is vrijgesproken van woningoverval en opzetheling wegens onvoldoende wettig bewijs.

Uitspraak

vonnis

RECHTBANK OOST-BRABANT

Locatie 's-Hertogenbosch
Strafrecht
Parketnummer: 01.271642.19
Parketnummer vordering: 15.810089.16
Datum uitspraak: 31 maart 2022
Vonnis van de rechtbank Oost-Brabant, meervoudige kamer voor de behandeling van strafzaken, in de zaak tegen:

[verdachte] ,

geboren te [geboorteplaats] op [geboortedatum] 1994,
wonende te [adres 1] .
Dit vonnis is op tegenspraak gewezen naar aanleiding van het onderzoek ter terechtzitting van 17 maart 2022.
De rechtbank heeft kennisgenomen van de vordering van de officier van justitie en van hetgeen van de zijde van verdachte/veroordeelde naar voren is gebracht.

De tenlastelegging.

De zaak is aanhangig gemaakt bij dagvaarding van 10 februari 2022.
Aan verdachte is ten laste gelegd dat:
primair:
hij op of omstreeks 25 februari 2019 te Helmond
tezamen en in vereniging met een of meer anderen, althans alleen, in de woning [adres 2] ,
een horloge (merk Rolex), in elk geval enig goed, dat geheel of ten dele aan een ander dan aan verdachte en/of zijn mededader(s) toebehoorde, te weten aan [slachtoffer 1] ,
heeft weggenomen
met het oogmerk om het zich wederrechtelijk toe te eigenen,
terwijl deze diefstal werd voorafgegaan, vergezeld en/of gevolgd van geweld en/of bedreiging met geweld tegen [slachtoffer 2] (in aanwezigheid van meerdere jonge kinderen), gepleegd met het oogmerk om die diefstal voor te bereiden of gemakkelijk te maken, of om, bij betrapping op heterdaad, aan zichzelf of andere deelnemers aan het misdrijf hetzij de vlucht mogelijk te maken, hetzij het bezit van het gestolene te verzekeren, door een pistool, althans een op een vuurwapen gelijkend voorwerp, op het hoofd van die [slachtoffer 2] te richten;
subsidiair:
hij op of omstreeks 26 februari 2019 te Schiedam,
tezamen en in vereniging met een of meer anderen, althans alleen,
een goed, te weten een horloge (merk: Rolex) heeft verworven, voorhanden gehad en/of overgedragen, terwijl hij en zijn mededader(s) ten tijde van de verwerving of het voorhanden krijgen van dit goed wist(en) dat het een door misdrijf verkregen goed betrof;

De vordering na voorwaardelijke veroordeling.

De zaak met parketnummer 15.810089.16 is aangebracht bij vordering d.d. 15 januari 2020, ingekomen op de griffie op 21 april 2021. Deze vordering heeft betrekking op het vonnis van de meervoudige kamer van de rechtbank Noord-Holland d.d. 29 juni 2018.

De formele voorvragen.

Bij het onderzoek ter terechtzitting is gebleken dat de dagvaarding geldig is. De rechtbank is bevoegd van het ten laste gelegde kennis te nemen en de officier van justitie kan in de vervolging worden ontvangen. Voorts zijn er geen gronden gebleken voor schorsing van de vervolging.

Het standpunt van de officier van justitie.

De officier van justitie acht op grond van de in haar schriftelijk requisitoir genoemde gronden het primair ten laste gelegde wettig en overtuigend bewezen.
Uit de historische verkeersgegevens van de telefoon van verdachte blijkt dat de telefoon van verdachte ten tijde van de woningoverval een mast aanstraalde nabij de plaats delict. Een dag na de overval beschikte verdachte over het gestolen horloge: op beveiligingsbeelden is te zien dat hij samen met [medeverdachte] door het winkelcentrum in Schiedam loopt. [medeverdachte] is degene geweest die zich kort voor de overval via Marktplaats heeft voorgedaan als geïnteresseerde koper en is tevens de afnemer van het gestolen horloge. Diezelfde dag heeft verdachte betrokkenheid bij een overval op de afnemer van het horloge, [medeverdachte] .
De officier van justitie heeft een een gevangenisstraf van 5 jaren gevorderd en tenuitvoerlegging van de bij vonnis van de meervoudige kamer van de rechtbank Noord Holland voorwaardelijk opgelegde straf, te weten 269 dagen gevangenisstraf.
Een kopie van de vordering van de officier van justitie is als bijlage aan dit vonnis gehecht.

Het standpunt van de verdediging.

Verdachte heeft bij de politie en in raadkamer ontkend iets met het ten laste gelegde te maken te hebben gehad.
De raadsvrouw van verdachte heeft vrijspraak van het ten laste gelegde bepleit.

Vrijspraak.

De rechtbank constateert dat er aanwijzingen zijn die kunnen duiden op betrokkenheid van verdachte bij het ten laste gelegde. Uit mastgegevens blijkt immers dat de telefoon van verdachte ten tijde van de woningoveral in Helmond aanwezig was nabij de plaats van het delict. Verdachte is bovendien in de nabijheid van [medeverdachte] gesignaleerd in Schiedam, kort [medeverdachte] het gestolen horloge bij een juwelier te koop aanbood.. Later diezelfde dag straalde de telefoon van verdachte een mast in Amsterdam aan, ten tijde en nabij de plek waar [medeverdachte] heeft verklaard te zijn overvallen door twee personen met vuurwapens.
Aangeefster [slachtoffer 2] heeft bij een meervoudige fotobewijsconfrontatie verdachte echter niet herkend als één van de daders van de woningoverval. De rechtbank ziet, anders dan de officier van justitie, in de aangifte van [medeverdachte] geen steunbewijs voor het aandeel van verdachte. De rechtbank zal deze voor verdachte belastende verklaring van [medeverdachte] niet als bewijs gebruiken, nu deze verklaring naar het oordeel van de rechtbank op onderdelen aantoonbaar onbetrouwbaar is. De rechtbank schuift deze verklaring daarom terzijde. De verklaring is volgens de rechtbank niet bruikbaar voor het bewijs.
Op grond van het vorenstaande is de rechtbank van oordeel dat er onvoldoende wettig bewijs is voor een bewezenverklaring van het primair ten laste gelegde, zodat verdachte daarvan dient te worden vrijgesproken.
De rechtbank zal verdachte ook vrijspreken van de subsidiair ten laste gelegde opzetheling. De rechtbank vindt het feit dat verdachte op beveiligingsbeelden van het winkelcentrum te Schiedam in de nabijheid van [medeverdachte] is te zien, rondom het tijdstip waarop [medeverdachte] bij een juwelier naar binnen gaat om het gestolen horloge te koop aan te bieden, onvoldoende voor een bewezenverklaring van medeplegen van opzetheling.
De vorderingen van de benadeelde partijen [slachtoffer 2] , [slachtoffer 3] , [slachtoffer 1] , [slachtoffer 4] en [slachtoffer 5] .
Nu verdachte van het hem ten laste gelegde feit zal worden vrijgesproken, moeten de benadeelde partijen in de respectievelijke vorderingen niet ontvankelijk worden verklaard.
De benadeelde partijen zullen telkens worden verwezen in de kosten door de verdachte in deze strafzaak gemaakt, tot op heden begroot op nihil.

Motivering van de beslissing na voorwaardelijke veroordeling 15.810089.16.

De vordering voldoet aan alle wettelijke eisen. Krachtens de wettelijke bepalingen is de rechtbank bevoegd tot behandeling van deze vordering. Uit het onderzoek ter terechtzitting zijn geen omstandigheden gebleken die aan de ontvankelijkheid van de officier van justitie in de weg staan. De rechtbank zal, gelet op de vrijspraak in de hoofdzaak, de gevorderde tenuitvoerlegging afwijzen.

DE UITSPRAAK

De rechtbank:
Verklaart niet bewezen hetgeen verdachte primair en subsidiair is ten laste gelegd en spreekt hem daarvan vrij.
Heft op het tegen verdachte verleende bevel tot voorlopige hechtenis met ingang van heden, welke voorlopige hechtenis bij beslissing van 22 januari 2020 met ingang van 24 januari 2020 reeds is geschorst.

Beslissing op de vordering van de benadeelde partij [slachtoffer 2] :

Bepaalt dat de benadeelde partij niet-ontvankelijk is in de vordering tot schadevergoeding.
Veroordeelt de benadeelde partij in de proceskosten door verdachte ter verdediging tegen die vordering gemaakt, tot op heden begroot op nihil.

Beslissing op de vordering van de benadeelde partij [slachtoffer 3] :

Bepaalt dat de benadeelde partij niet-ontvankelijk is in de vordering tot schadevergoeding.
Veroordeelt de benadeelde partij in de proceskosten door verdachte ter verdediging tegen die vordering gemaakt, tot op heden begroot op nihil.

Beslissing op de vordering van de benadeelde partij [slachtoffer 1] :

Bepaalt dat de benadeelde partij niet-ontvankelijk is in de vordering tot schadevergoeding.
Veroordeelt de benadeelde partij in de proceskosten door verdachte ter verdediging tegen die vordering gemaakt, tot op heden begroot op nihil.

Beslissing op de vordering van de benadeelde partij [slachtoffer 4] :

Bepaalt dat de benadeelde partij niet-ontvankelijk is in de vordering tot schadevergoeding.
Veroordeelt de benadeelde partij in de proceskosten door verdachte ter verdediging tegen die vordering gemaakt, tot op heden begroot op nihil.

Beslissing op de vordering van de benadeelde partij [slachtoffer 5] :

Bepaalt dat de benadeelde partij niet-ontvankelijk is in de vordering tot schadevergoeding.
Veroordeelt de benadeelde partij in de proceskosten door verdachte ter verdediging tegen die vordering gemaakt, tot op heden begroot op nihil.

Beslissing na voorwaardelijke veroordeling:

Wijst af de vordering met parketnummer 15-810089-16 van de officier van justitie d.d.
15 januari 2020, ingekomen op de griffie op 21 april 2021.
Dit vonnis is gewezen door:
mr. C.J. Sangers-de Jong, voorzitter,
mr. B.A.J. Zijlstra en mr. C.M. Salemans, leden,
in tegenwoordigheid van L. Scholl, griffier,
en is uitgesproken op 31 maart 2022.