ECLI:NL:RBOBR:2022:1511
Rechtbank Oost-Brabant
- Eerste aanleg - enkelvoudig
- Rechtspraak.nl
Beroep niet-ontvankelijk wegens overlijden eigenaar en beëindiging machtiging
De zaak betreft een beroep tegen een WOZ-beschikking voor het kalenderjaar 2020, ingesteld door Previcus B.V. namens de eigenaar van een woning. De eigenaar had een machtiging afgegeven aan Previcus om bezwaar te maken tegen de WOZ-waarde, maar met de hand geschreven beperking dat dit alleen voor bezwaar gold.
Tijdens de bezwaarprocedure overleed de eigenaar. De heffingsambtenaar verklaarde het bezwaar ongegrond en stelde het besluit op naam van de erven. Previcus stelde daarna beroep in namens de overleden eigenaar, terwijl de machtiging voor de beroepsfase niet geldig was geworden door het overlijden.
De rechtbank oordeelde dat door het overlijden de vertegenwoordigingsbevoegdheid van Previcus was geëindigd en dat het beroep daarom niet-ontvankelijk moest worden verklaard. Ook de latere machtiging van de erfgename kon het beroep niet met terugwerkende kracht ontvankelijk maken.
De rechtbank kwam daardoor niet toe aan inhoudelijke beoordeling van het beroep. De erfgename kan wel een nieuwe procedure starten door een nieuwe WOZ-beschikking aan te vechten.
Er werd geen proceskostenveroordeling opgelegd.
Uitkomst: Het beroep wordt niet-ontvankelijk verklaard wegens het overlijden van de eigenaar en het ontbreken van een geldige machtiging voor beroep.