ECLI:NL:RBOBR:2024:5140
Rechtbank Oost-Brabant
- Eerste aanleg - enkelvoudig
- Rechtspraak.nl
Beoordeling WOZ-waarde woning en onderbouwing taxatie correcties
De rechtbank Oost-Brabant heeft op 31 oktober 2024 uitspraak gedaan in een bestuursrechtelijke zaak over de WOZ-waarde van een woning te [woonplaats 1]. Eiseres betwistte de vastgestelde waarde van €393.000 voor het kalenderjaar 2020 en stelde dat de waarde te hoog was vastgesteld. De heffingsambtenaar onderbouwde de waarde met een taxatierapport waarin de vergelijkingsmethode werd toegepast, waarbij vier vergelijkingsobjecten werden gebruikt en correcties voor verschillen werden gemaakt.
Eiseres voerde aan dat de indexering van verkoopcijfers onvoldoende was onderbouwd en dat onvoldoende rekening was gehouden met de staat en ligging van de woning. De rechtbank oordeelde dat de heffingsambtenaar de indexering voldoende had toegelicht en dat de correcties en ligging van de woning adequaat waren meegenomen. De stelling van eiseres dat zij niet de relevante e-mail met correctiepercentages had ontvangen, werd niet aannemelijk geacht.
Verder wees de rechtbank het taxatierapport van eiseres af vanwege onvoldoende onderbouwing van correcties en het gebruik van een ongeschikt vergelijkingsobject. De rechtbank concludeerde dat eiseres geen twijfel had gezaaid over de juistheid van de vastgestelde WOZ-waarde. Het beroep werd ongegrond verklaard, zonder toekenning van griffierecht of proceskostenvergoeding.
Uitkomst: Het beroep tegen de vastgestelde WOZ-waarde van €393.000 wordt ongegrond verklaard.