De rechtbank Oost-Brabant behandelde een bestuursrechtelijke zaak over een vergunning voor het wijzigen van een melkveehouderij in de gemeente Gilze en Rijen. Eisers voerden aan dat de stikstofdepositie zou toenemen en dat het toegepaste stalsysteem A.1.13 (BWL.2010.34.V7/V8) niet betrouwbaar presteert zoals de Rav-factor belooft. Verweerder handhaafde dat de Rav-factor gebaseerd is op de best beschikbare wetenschappelijke kennis, maar erkende dat nader onderzoek nodig is.
De rechtbank verwijst naar een eerdere uitspraak van 8 april 2022 waarin een fout in de totstandkoming van de Rav-factor werd vastgesteld. Op basis hiervan oordeelt de rechtbank dat de huidige Rav-factor voor stalsysteem A.1.13 niet als best beschikbare wetenschappelijke kennis kan worden beschouwd. Hierdoor is onvoldoende zekerheid dat het emissiearme stalsysteem daadwerkelijk leidt tot een lagere stikstofdepositie, wat kan leiden tot significante gevolgen voor Natura 2000-gebieden.
Daarnaast oordeelt de rechtbank dat het voorschrift dat vergunninghoudster verplicht de ontwikkeling binnen drie jaar te realiseren begrijpelijk is, omdat het anders mogelijk is dat vergunningen oneindig gebruikt kunnen worden zonder realisatie. De rechtbank vernietigt het bestreden besluit en draagt verweerder op binnen 26 weken een nieuw besluit te nemen, rekening houdend met deze uitspraak. Tevens wordt verweerder veroordeeld tot vergoeding van griffierecht en proceskosten aan eisers.