Uitspraak
RECHTBANK OOST-BRABANT
[naam] B.V.(hierna: [naam] ), uit [vestigingsplaats]
, werkzaam bij de korpsstaf van de nationale politie. Voor [naam] is niemand naar de zitting gekomen.
24 juni 2021 heeft de korpschef documenten ingediend en ten aanzien daarvan verzocht dat op grond van artikel 8:29 van Pro de Awb, in samenhang met artikel 2.8, zesde lid, van het Procesreglement Bestuursrecht Rechtbanken (niet-Kei-zaken) 2017 uitsluitend de rechtbank hiervan kennisneemt. Op de eerstgenoemde brief van 24 juni 2021 heeft eiser bij brief van
9 september 2021 gereageerd. Bij beslissing van 17 september 2021 heeft de rechtbank bepaald dat de beperking van de kennisneming van de documenten gerechtvaardigd is. Daarop hebben zowel eiser als [naam] toestemming gegeven om de vertrouwelijke stukken bij de beoordeling te betrekken.
- Directe of indirecte verzoeken aan de politie in enigerlei vorm van [naam] of het programma [naam] om informatie of andere ondersteuning en de informatie die is geleverd en de vormen van ondersteuning die zijn geboden.
- Directe of indirecte verzoeken aan [naam] of het programma [naam] in enigerlei vorm van de politie om informatie of andere ondersteuning en de informatie die is geleverd en de vormen van ondersteuning die zijn geboden.
- De informatieuitwisseling in het kader van de ondersteuning van [naam] en het programma [naam] met andere overheidsorganisaties alsmede particuliere organisaties in Nederland en daarbuiten.
I. Meer documenten?
- binnen welke eenheid deze zaak speelde;
- wie destijds binnen die eenheid de contactpers(o)n(en) wa(s)(ren) voor de zaak;
- in welk land de betrokken minderjarige zich bevond.
- correspondentie van politieambtenaar bij de Nederlandse ambassade in Lissabon met medewerkers van BZ in de periode mei 2012 - april 2017;
- correspondentie van politieambtenaar bij de Nederlandse ambassade in Turkije met medewerkers van BZ in de periode mei 2012 - april 2017;
- correspondentie van politieambtenaar bij de Nederlandse ambassade in Turkije met Turkse autoriteiten in de periode mei 2012 - april 2017;
- correspondentie van politieambtenaar bij de Nederlandse ambassade in Frankrijk met Franse autoriteiten in de periode mei 2012 - april 2017;
- correspondentie tussen liaison officers en BZ (departement en ambassades);
- correspondentie tussen liaison officers en Ca in de periode 2012 - april 2017;
- correspondentie tussen liaison officers en ambtenaren van het directoraat-generaal Rechtspleging en Rechtshandhaving van J&V (DGRR) in de periode 2012 - april 2017;
- correspondentie van Nederlandse liaison officers bij de Nederlandse ambassades in het buitenland met autoriteiten (OM, politie, rechtbanken) in het desbetreffende land in de periode 2012 – 2017;
- alle communicatie van de LVBP met liaison officers over zaken van het tv-programma [naam] .
- pagina 1 tot en met 91 (zaak 3);
- pagina 92 tot en met 121 (zaak 4);
- pagina 122 tot en met 137 (zaak 5);
- pagina 138 tot en met 159 (zaak 6);
- pagina 160 tot en met 200 (zaak 7);
- pagina 201 tot en met 209 (zaak 8);
- pagina 210 tot en met 233 (zaak 9);
- pagina 234 tot en met 278 (zaak 10);
- pagina 279 tot en met 344 (zaak 11);
- pagina 345 tot en met 352 (deze gaan over twee zaken; zaken 12 en 13);
- pagina 353 tot en met 370 (zaak 14); en
- pagina 371 tot en met 398 (zaak 15).
- informatie van en aan de hoofdinspecteur van politie van het LVBP over deze casus met onder meer [naam] ;
- het gespreksverslag van het operationeel overleg;
- informatie voorafgaande aan dit overleg waarin een casus van [naam] door de hoofdinspecteur van politie van het LVBP wordt besproken;
- informatie betreffende het genereren van informatie door de liaison officer en de vakspecialist.
daarom toch maar een email om allereerst mijn excuses aan te bieden voor de trage beantwoording van je vragen aan ([weggelakt]).Volgens eiser ontbreken de vragen.
“Ze vragen wat ze verder voor jou en jij eventueel voor hen kunnen/kunt betekenen”. Volgens eiser is het zeer aannemelijk dat de liaison officer op dit verzoek om wederzijdse gunst heeft gereageerd. De reactie hierop ontbreekt, evenals de correspondentie tussen de liaison officer en Buitenlandse Zaken hierover. Ook ontbreekt correspondentie tussen de hoofdinspecteur van politie van het LVBP en medewerkers van [naam] .
“EVEN snel ter info. Collega heeft inmiddels moeder (en) in het Schengen Informatie Systeem m.b.t. weten te krijgen.”Eiser wijst erop dat correspondentie tussen de collega en LVBP ontbreekt.
: “Heb je [weggelakt] ook al gelukkig gemaakt met dit nieuws?”en dat [email] hierop antwoordt aan [email] om 23.35: “
ja Ik houd je op de hoogte. (…) verzonden vanaf de mobiele telefoon”. Volgens eiser worden Buitenlandse Zaken en Justitie & Veiligheid door [naam] geïnformeerd dat [naam] en een tv-team op 3 september 2015 naar Portugal afreizen. Eiser verwijst hiervoor naar het overgelegde document 95 bij het besluit op bezwaar van de minister van Justitie en Veiligheid van 1 februari 2017. Het is gezien de werkwijze zeer aannemelijk dat de politie ook wordt geïnformeerd over het afreizen. De korpschef heeft deze informatie niet in de beslissing opgenomen, aldus nog steeds eiser.
“(naam) graag en de collega met weekdienst inlichten. Naam, zou ik jouw mobile nummer mogen hebben? En hebben we een contactpersoon bij de Portugese politie die we kunnen inlichten over deze ontwikkeling? Lijkt me goed als men aan die kant ook gealerteerd wordt.”Volgens eiser gebeurt het contact met de Portugese politie vanuit de politie-attaché van de Nederlandse ambassade. Even later reageert volgens eiser deze ambtenaar weer naar LVBP met :
Ik bedoelde ook bij de politie. Als [naam] bij de politie gaat aandringen op arrestatie van de moeder, bijvoorbeeld, een scenario waar het over had, dan is het goed als iemand bij de politie vooraf op de hoogte is (Naam) had dacht ik al contact?” .Eiser doelt kennelijk op een passage in het overgelegde document 62B bij het primaire besluit van de minister van Buitenlandse Zaken van 30 april 2019. Volgens eiser ontbreekt informatie van en naar de liaison officer van de Nederlandse ambassade over Portugese autoriteiten/politie, terwijl in een Portugees journalistiek onderzoeksprogramma is bevestigd dat die informatie er is geweest.
[naam] / [naam] te horen heeft gekregen dat, omdat zij het kind niet konden vinden, nu het justitiële traject de oplossing moest bieden en dit gedeeld met de hoofinspecteur van politie van het LBVP. Informatie van het handelen van de liaison officer naar aanleiding van het contact met [naam] / [naam] op 7 oktober 2015 ontbreekt, evenals de informatie van de hoofdinspecteur van het LVBP in het licht van deze informatie, aldus eiser.
- dat de liaison officer contact heeft met Portugese autoriteiten om uitvoering te krijgen van een strafrechtelijk verzoek;
- informatie betreffende contact tussen LVBP en [naam] ;
- informatie inzake de handelingen van de liaison officer bij het uitzoeken of de marsroute vanuit Nederland gewijzigd wordt of niet en optie mee te nemen om het Europees Aanhoudingsbevel ten uitvoer te leggen dat er al kennelijk ligt ten uitvoer te laten brengen.
[nummer] meldt dat hij een kopie van het EAB gedeeld heeft met [naam] ”Volgens eiser ontbreekt informatie over toestemming betreffende het delen van EAB door politie met [naam] .
dat “[v]anuit het ministerie van Veiligheid en Justitie een bericht is uitgegaan aan de Portugese Centrale Autoriteit Internationale Kinderaangelegenheden betreffende de erkenning en de ten uitvoering van het EAB in Portugal”.Volgens eiser is het EAB in het bezit geweest van de Centrale Autoriteit en verkregen van de politie. Informatie betreffende het delen van de informatie van het EAB van de politie met de CA/ ministerie van Justitie & Veilheid ontbreekt, aldus eiser.
: “Op [datum] had ik contact met de Portugese officier van Justitie die het EAB-verzoek moest behandelen. Die verzocht om aanvullende informatie van de Nederlandse Officier van Justitie. Beide partijen werden door mij via verschillende kanalen met elkaar in contact gebracht.”Volgens eiser ontbreekt (oorspronkelijke) informatie betreffende het contact met de liaison officer met de Portugese officier van Justitie en de Nederlandse OvJ inzake de behandeling van het EAB-verzoek.
: Op [datum] werd ik door de programmamaker van het tv programma [naam] geïnformeerd, dat de behandelende rechter in Portugal de uitspraak had gedaan dat de moeder binnen 48 uur voor haar dochter moest overdragen aan de vader.Volgens eiser ontbreekt informatie die deze bewering van de liaison officer ondersteunen.
- de tussen de LVBP en [naam] gemaakte (werk)afspraken;
- documenten met daarin informatie over afspraken die gemaakt zijn tussen de politie en [naam] ;
- een gespreksverslag operationeel overleg van het LIRC over een aankomende aflevering van een tv-programma;
- een gespreksverslag van de bijeenkomst van de LVBP, de Ca en de programmamakers van [naam] .
is besproken met IKO (Centrum Internationale Kinderontvoering) en [naam] over het in het najaar uit te brengen programma [naam] , gepresenteerd door [naam] ”. Het is volgens eiser zeer aannemelijk, gelet op de aard van de afspraken, dat van dit overleg een verslag is gemaakt en dat dit verslag is gedeeld met IKO en [naam] . Ook is aannemelijk dat er bij de politie interne informatie aanwezig is die dateert van vóór 30 maart 2012, althans betrekking heeft op de periode vóór die datum. Het is volgens eiser zeer aannemelijk dat de samenwerking en betrokkenheid van de politie bij [naam] al vóór 30 maart 2012 onderwerp van overleg is geweest binnen de politieorganisatie zelf. Het is ook zeer aannemelijk dat het overleg van 30 maart 2012 niet het enige contactmoment tussen het KLPD, IKO en [naam] is geweest. Dit overleg is niet uit de lucht komen vallen, maar moet volgens eiser een zekere aanloop hebben gehad. Het kan niet anders dan dat het KLPD, IKO en [naam] voorafgaand aan het overleg op 30 maart 2012 over en weer informatie aan elkaar hebben verstrekt. In de e-mail van 30 maart 2012 staat verder, onder het laatste aandachtspuntje, dat de afspraken uiterlijk op 10 april 2012 op schrift worden gesteld. Dit schriftelijke stuk is door de korpschef niet betrokken bij zijn besluitvorming, aldus eiser.
“afspraken tussen KLPD en [naam] worden uiterlijk 10 april op papier vastgelegd, eea iom persvoorlichting V&J/Centrale Autoriteit”. De rechtbank acht het met eiser ook aannemelijk dat die afspraken daadwerkelijk destijds schriftelijk zijn vastgelegd en dat dat document eveneens onder de persvoorlichter berust of heeft berust. Voor zover moet worden aangenomen dat de persvoorlichter de schriftelijke afspraken niet heeft bewaard, is niet gebleken dat de korpschef al het redelijkerwijs mogelijke heeft gedaan om die informatie alsnog te achterhalen. Zo is gesteld noch gebleken dat de korpschef daarover (eveneens) navraag bij het Centrum IKO heeft gedaan. De beroepsgrond slaagt.
- Pagina 1 tot en met 87;
- Pagina 88 tot en met 148 en pagina 161 tot en met 173;
- Pagina 149 tot en met 160 en pagina 179 tot en 339;
- Pagina 340 tot en 348.
- draagt de korpschef op binnen twee weken de rechtbank mee te delen of hij gebruik maakt van de gelegenheid het gebrek te herstellen;
- stelt verweerder in de gelegenheid om binnen twaalf weken na verzending van deze tussenuitspraak de gebreken te herstellen met inachtneming van de overwegingen en aanwijzingen in deze tussenuitspraak;
- houdt iedere verdere beslissing aan.
Adres” en “
Adres school” politiegegevens betreffen,
Afbeeldingen” tot personen herleidbare politiegegevens betreffen
Goed” de e-grond is toegepast. De gelakte teksten bevatten geen persoonsgegeven