Uitspraak
uitspraak van de meervoudige kamer van 10 juni 2022 in de zaak tussen
[eiseres] , in Helmond ( [eiseres] )
de minister van Volksgezondheid, Welzijn en Sport (de minister)
[derde belanghebbende], uit Utrecht ( [derde belanghebbende] )
Rechtbank Oost-Brabant
De minister van Volksgezondheid legde aan een apotheek bestuurlijke boetes op omdat zij dimethylfumaraat tabletten aan meer dan 50 patiënten per maand verstrekte, wat volgens de Geneesmiddelenwet niet valt onder de uitzondering voor bereiding en terhandstelling op "kleine schaal". De apotheek voerde aan dat deze nationale regeling onverenigbaar is met de Europese Geneesmiddelenrichtlijn, die geen kwantitatief criterium kent voor de uitzondering op vergunningplicht.
De rechtbank oordeelt dat het begrip "op kleine schaal" een nationale invulling is binnen de bevoegdheid van lidstaten, zoals bevestigd door het Hof van Justitie in het Caronna-arrest. De rechtbank stelt vast dat de minister het criterium van circa 50 patiënten per maand bij langdurig gebruik voldoende heeft onderbouwd en dat dit criterium niet willekeurig is vastgesteld.
De apotheek stelde verder dat de belangenafweging en proportionaliteit van de boete onvoldoende waren, omdat het belang van patiënten en artsen niet was meegewogen. De rechtbank verwerpt dit en benadrukt het belang van volksgezondheid en de risico's van grootschalige productie.
De rechtbank verklaart het beroep ongegrond, bevestigt de boetes van in totaal €33.750,– en wijst het verzoek om griffierecht en proceskostenvergoeding af.
Uitkomst: De rechtbank bevestigt de bestuurlijke boetes van €33.750 wegens het niet naleven van het 'op kleine schaal'-criterium bij apotheekbereiding.