Conclusie
1.Almirall B.V.,
Almirall S.A.,
eiseressen tot cassatie,
advocaat: mr. I.L.N. Timp,
1.Infinity Pharma B.V.,
Pharmaline B.V.,
verweersters in cassatie,
Almirall. Verweersters in cassatie worden aangeduid als
Infinityrespectievelijk
Pharmalineen gezamenlijk (in het meervoud) als
Pharmaline c.s.
1.Inleiding en samenvatting
apotheekbereiding,een vergunning is vereist. Op grond van Richtlijn 2001/83/EG [1] (hierna:
Richtlijn), welke richtlijn in Nederland is omgezet in de Geneesmiddelenwet [2] (afgekort
Gnw [3] ), is als regel een vergunning vereist voor onder meer het vervaardigen en in de handel brengen van geneesmiddelen. De Richtlijn is niet van toepassing op zogeheten ‘officinale bereidingen’. Dat zijn apotheekbereidingen die volgens de aanwijzingen van de Europese farmacopee worden bereid en zijn bestemd om rechtstreeks worden te geleverd aan klanten van de apotheek die ze bereidt. Op grond van art. 3 lid 2 van Pro de Richtlijn vallen deze geneesmiddelen buiten het toepassingsgebied ervan.
op kleine schaal zijn bereid en ter hand worden gesteld” (art. 18 lid 5 en Pro art. 40 lid Pro 3, aanhef en onder a, Gnw). Bij brief van 2019 heeft de minister voor Medische Zorg (hierna:
de minister) [4] aan de Tweede Kamer meegedeeld dat hierbij moet worden gedacht aan “
verstrekking aan enkele tot circa 50 unieke patiënten per maand bij langdurig gebruik van het geneesmiddel”. Ik duid deze bovengrens hierna aan als het
getalscriterium. [5]
kwalitatievevoorwaarden bevat en dat richtlijnconforme uitleg van de Geneesmiddelenwet met die richtlijnbepaling meebrengt dat het getalscriterium niet kan worden toegepast.
2.Feiten
met onmiddellijke ingang, de magistrale bereiding van Psorinovo in overeenstemming met de toepasselijke wet- en regelgeving slechts ter hand stelt aan “eigen” patiënten van haar apotheek”. Nadien is toch weer discussie ontstaan over de omvang waarmee Infinity Psorinovo verstrekte in haar apotheek.
IGJ). Ik citeer de brief van de minister (voetnoten uit het origineel niet overgenomen; onderstreping toegevoegd): [8]
Uitzondering op de vergunningplicht zijn de apotheekbereidingen.
de bereiding dient voor «verstrekking in het klein».
Als aan deze voorwaarden is voldaan mogen apotheekbereidingen plaatsvinden, al dan niet op basis van een industrieel procedé, ongeacht of er een gelijkwaardig geregistreerd geneesmiddel in de handel is, en ongeacht de prijs van dit geregistreerde middel. (…)
Deze operationalisering in getallen is noodzakelijk om aan veldpartijen duidelijkheid te geven. Verstrekking in het klein wordt daarom geduid als:
het bodemvonnis). [15] Zij heeft Infinity geboden om
In de Memorie van Toelichting (Tweede Kamer, 2003-2004, 29359, nr. 3, pag.18) en in de Nota naar aanleiding van het verslag Geneesmiddelenwet (Tweede Kamer, 2004-2005, 29359, nr. 6, pag. 25 en 26) wordt ingegaan op de hiervoor genoemde kleinschaligheid.
Als belangrijke maatstaf
Naar het oordeel van de rechtbank volgt hieruit, anders dan Infinity meent, dat de term 'in het klein' ziet op de schaal waarop de bereiding plaats vindt. Weliswaar geeft de richtlijn geen definitie van het begrip "verstrekking in het klein", maar niet valt in te zien waarom lidstaten binnen de begrenzing van het Verdrag betreffende de werking van de Europese Unie geen voorwaarden voor de verstrekking kunnen opleggen. Hieruit vloeit voort dat de rechtbank niet inziet dat de artikelen 18 en 40 van de Geneesmiddelenwet in strijd zijn met het hiervoor bedoelde Verdrag.
Daarmee staat tevens vast dat Infinity zich bij de bereiding van Psorinovo niet houdt aan de toepasselijke wet- en regelgeving. (…)”
3.Procesverloop
de voorzieningenrechter). [17] Almirall heeft gevorderd Pharmaline en/of Infinity primair: [18]
In het vonnis van 8 september 2021 heeft de rechtbank [Oost-Brabant; A-G] haar oordeel dat de toepasselijke wet- en regelgeving is overtreden, gemotiveerd door vast te stellen dat het aantal bereidingen van Psorinovo per maand het door de minister in zijn brief van 8 april 2019 genoemde getalscriterium overschrijdt. De voorzieningenrechter vult dit oordeel aan in het licht van de omstandigheid dat de ministeriële brief op zichzelf geen wet- of regelgeving betreft.Gelet op artikel 100 lid 1 van Pro de Geneesmiddelenwet en de memorie van toelichting, is het in eerste instantie aan de IGJ als toezichthouder om te beoordelen of sprake is van overtreding van het verbod van artikel 18 en Pro artikel 40 van Pro de Geneesmiddelenwet. Daarbij dient de IGJ uit te leggen wat verstaan moet worden onder het begrip “op kleine schaal”, dat dient als maatstaf voor de toelaatbaarheid van apotheekbereidingen (zie ook Raad van State 1 mei 2013, ECLI:NL:RVS:2013:BZ9066, r.o. 8.3). Inmiddels hanteert de IGJ als beleid, naar aanleiding van de instructie van de minister in zijn brief van 8 april 2019, dat van verstrekking van apotheekbereidingen “op kleine schaal” geen sprake meer is bij verstrekking aan meer dan 50 patiënten per maand (van geneesmiddelen die langer dan een week worden gebruikt). De voorzieningenrechter ziet niet in waarom het de minister niet zou zijn toegestaan om een dergelijke instructie te geven. Vervolgens is het aan de bestuursrechter om de juistheid van de besluiten van de IGJ te toetsen wanneer die worden aangevochten.
Het is dus aan de IGJ en vervolgens de bestuursrechter om vast te stellen of sprake is van schending van de wettelijke plichten die zijn neergelegd in de artikelen 18 en 40 van de Geneesmiddelenwet. In dit geval heeft de IGJ bij besluit van 28 juli 2021 geoordeeld, overeenkomstig haar beleid, dat Pharmaline artikel 18 en Pro artikel 40 van Pro de Geneesmiddelenwet heeft overtreden door Psorinovo te verstrekken aan meer dan 50 patiënten per maand. Nu Pharmaline geen bezwaar heeft ingesteld tegen dit besluit, heeft dat formele rechtskracht gekregen. De voorzieningenrechter dient als civiele rechter daarom uit te gaan van de rechtmatigheid van dit besluit (zie o.a. HR 02 juni 1995, ECLI:NL:HR:1995:ZC1744). Daardoor staat vast dat Pharmaline de artikelen 18 en 40 van de Geneesmiddelenwet heeft overtreden. Dat levert strijd met een wettelijke plicht als bedoeld in artikel 6:162 BW Pro op.
Niet in geschil is dat indien met Pharmaline wordt aangenomen dat apotheekbereidingen zoals die van Psorinovo buiten de toepassing van de richtlijn vallen, de Nederlandse wetgever in beginsel de vrijheid heeft om de toelaatbaarheid van apotheekbereidingen te reguleren. Duidelijk is dat de Nederlandse wetgever bedoeld heeft om met toevoeging van de woorden “op kleine schaal” in artikel 18 lid 5 en Pro artikel 40 lid 3 van Pro de Geneesmiddelenwet, een beperking te stellen aan de omvang waarop apotheekbereidingen zijn toegestaan. De voorzieningenrechter volgt voorshands niet het betoog van Pharmaline dat deze kwantitatieve limitering, en de getalsmatige invulling daarvan volgens het beleid van de IGJ, in strijd is met doel en strekking van de (…) richtlijn dan wel met andere Europese regelgeving.Voor zover al sprake zou zijn van enige inbreuk op het eigendomsrecht van apothekers en een beperking van de (keuze)vrijheid van patiënten, apothekers en behandelend artsen, wordt die gerechtvaardigd door het belang van de volksgezondheid. Apotheekbereidingen zijn immers, anders dan geregistreerde geneesmiddelen, niet wetenschappelijk getoetst op kwaliteit en veiligheid.
Bovendien kan het onbeperkt toestaan van apotheekbereidingen leiden tot aantasting van het principe van de richtlijn en de Geneesmiddelenwet dat geneesmiddelen moeten worden geregistreerd.Het door de IGJ gehanteerde getalscriterium biedt de nodige houvast aan apothekers met het oog op het uitgeoefende toezicht.”
het hof). Zij hebben geconcludeerd tot vernietiging van het vonnis van de voorzieningenrechter en tot afwijzing van de vorderingen van Almirall.
op kleine schaalzijn bereid en ter hand gesteld.
op kleine schaalwordt volgens de Minister van VWS in zijn brief van 8 april 2019 bedoeld verstrekking aan enkele tot ongeveer 50 unieke patiënten per maand bij langdurig gebruik van het geneesmiddel.
Artikel 3
Geneesmiddelen die in de apotheek overeenkomstig de aanwijzingen van de farmacopee worden bereid en voor verstrekking rechtstreeks aan de klanten van die apotheek zijn bestemd”
Wel gaat het hof er vooralsnog vanuit dat Pharmaline voldoet aan die eisen, nu Pharmaline (onweersproken) heeft gesteld dat zij Psorinovo rechtstreeks aan haar klanten verstrekt en dat Almirall onvoldoende aannemelijk heeft gemaakt dat dit niet zo is.
4.Juridisch kader: Richtlijn en Geneesmiddelenwet
Richtlijn
Uitgangspunten
HvJ) in 2007 geoordeeld dat de Richtlijn in een uitputtend stelsel van vergunningprocedures voor geneesmiddelen voorziet voor de gehele keten. [30] Een vergunningsplicht is de regel en wordt daarom ruim uitgelegd, en de uitzonderingen daarop restrictief. [31]
Toepassingsgebied
industrieel of door middel van een industrieel procédé worden vervaardigd”.
Abcuroverwogen dat de termen ‘industrieel’ en ‘door middel van een industrieel procedé vervaardigd’, gelet op de doelstelling van de Richtlijn de volksgezondheid te beschermen, niet beperkend mogen worden uitgelegd: [32]
minstens betrekking hebben op elk preparaat of vervaardiging waarbij een industrieel procedé wordt toegepast. Een dergelijk procedé wordt in de regel gekenmerkt door een opeenvolging van handelingen, die onder meer mechanisch of chemisch kunnen zijn, waarmee
wordt beoogd aanzienlijke hoeveelheden van een gestandaardiseerd product te verkrijgen.”
Hecht Pharma IIhad het HvJ te oordelen over de verenigbaarheid met de Richtlijn van Duitse wetgeving die toestond dat apotheken tot een hoeveelheid van honderd verpakkingen per dag geneesmiddelen bereiden zonder handels- en fabrikantenvergunning. [33] De vraag was of het betrokken product in die zaak (een wierookextract waarvan werd aangenomen dat het als geneesmiddel kwalificeerde), binnen het toepassingsgebied van de Richtlijn viel. Dat was niet het geval. Het extract werd door een apotheek volgens ambachtelijke procedés in kleine hoeveelheden vervaardigd en viel op grond van art. 2 lid 1 buiten Pro het toepassingsgebied van de Richtlijn. Aan de vraag of de bovengrens van 100 verpakkingen rechtmatig was in het geval dat de Richtlijn wél van toepassing is, kwam het HvJ niet toe. [34]
kansprake zijn van een industrieel procedé, ook als de aantallen relatief laag zijn. [35] Omgekeerd is het mogelijk dat bij een productie van relatief grote aantallen toch geen industrieel procedé wordt gebruikt. Als dat niet het geval is, valt het geneesmiddel gelet op het bepaalde in art. 2 lid 1 niet Pro onder de Richtlijn. [36] Een geneesmiddel dat in een apotheek wordt bereid door middel van een industrieel procedé, is vervolgens toch uitgezonderd van het toepassingsgebied van de Richtlijn indien wordt voldaan aan de voorwaarden van art. 3 lid 1 of Pro 2.
Deze richtlijn is niet van toepassing op:
Formula magistralisgeheten;
geneesmiddelen die in de apotheek overeenkomstig de aanwijzingen van de farmacopee worden bereid en voor verstrekking rechtstreeks aan de klanten van die apotheek zijn bestemd, algemeenFormula officinalisgeheten;”
het verstrekkingsvereiste. Dit vereiste staat in deze zaak centraal.
Formula magistralisals bedoeld lid 1 is in deze zaak volgens het hof niet aan de orde. De
Formula officinalisals bedoeld lid 2 is wél aan de orde. [37] Ten aanzien van de
Formula officinalisheeft het HvJ overwogen dat sprake is van cumulatieve voorwaarden. De geneesmiddelen moeten “
in de apotheek” “
overeenkomstig de aanwijzingen van de farmacopee” [38] worden bereid en zij moeten voor verstrekking rechtstreeks aan de klanten
van die apotheekzijn bestemd. [39] Afnemers dienen klanten van de apotheek te zijn, aan wie het geneesmiddel (fysiek op per post) wordt verstrekt. Art. 3 lid 2 ziet Pro dus niet op geneesmiddelen die bestemd zijn te worden geleverd aan zakelijke partijen, zoals ziekenhuisapotheken of groothandels.
Vergunningsplichten en uitzonderingen daarop
handelsvergunning). Lid 1, eerste alinea, luidt, voor zover hier van belang:
fabrikantenvergunning). Art. 40 lid Pro 2, tweede alinea, voorziet in een uitzondering op de verplichting over zo’n vergunning te beschikken voor apotheekbereidingen ten behoeve van verstrekking in het klein. Ik citeer:
uitsluitend voor verstrekking in het kleinworden uitgevoerd
door apothekersin een apotheek of door andere personen die in de lidstaten wettelijk gerechtigd zijn genoemde verrichtingen uit te voeren.”
solely for retail supply’; in de Franse taalversie: ‘
uniquement en vue de la délivrance au détail’; en, daarmee overeenstemmend, de Italiaanse taalversie: ‘
soltanto per la fornitura al dettaglio’. Daaruit volgt dat bereiding zonder vergunning ten behoeve van verkoop aan groothandels of andere apotheken niet is toegestaan, maar niet expliciet dat de verkopen kleinschalig moeten zijn. [41] De Duitse taalversie wijkt van de zojuist genoemde taalversies ook iets af: ‘
im Hinblick auf die Abgabe durch Apotheker in einer Apotheke’. Daar volgt impliciet wel uit dat apotheekbereidingen alleen aan eindgebruikers mogen worden verstrekt.
Vergunningsplichten en uitzonderingen daarop
handelsvergunningis te vinden in hoofdstuk 4 van de wet. Art. 40 Gnw Pro luidt, voor zover hier van belang:
Het is verboden een geneesmiddel in het handelsverkeer te brengen zonder handelsvergunningvan de Europese Unie, verleend krachtens verordening 726/2004 dan wel krachtens die verordening juncto verordening 1394/2007, of van het College, verleend krachtens dit hoofdstuk.
Het is verboden een geneesmiddel waarvoor geen handelsvergunning geldt, in voorraad te hebben, te koop aan te bieden, te verkopen,
af te leveren, ter hand te stellen, in te voeren, uit te voeren of anderszins binnen of buiten het Nederlands grondgebied te brengen.
door of in opdracht van een apothekerof een huisarts als bedoeld in artikel 61, eerste lid, onder b,
in diens apotheek op kleine schaal zijn bereid en ter hand worden gesteld;
(…)”
fabrikantenvergunningis onderwerp van hoofdstuk 3 van de wet. Art. 18 Gnw Pro luidt, voor zover hier van belang:
Het is voorts verboden om zonder vergunning van Onze Minister andere geneesmiddelendan die bedoeld in de eerste volzin,
te bereiden, in te voeren,
in voorraad te hebben, te koop aan te bieden,
af te leverenof uit te voeren of anderszins binnen of buiten Nederlands grondgebied te brengen, dan wel een groothandel te drijven. (…)
Het eerste lid, tweede volzin, is niet van toepassing op het op kleine schaal bereiden van geneesmiddelen ten behoeve van terhandstelling in een apotheekdoor of in opdracht van een apotheker of van een in artikel 61, eerste lid, onder b, bedoelde huisarts en op het door hen in voorraad hebben of te koop aanbieden van geneesmiddelen.”
fabrikantenvergunningbehelst voor kort gezegd bereiding voor verstrekking in het klein, is de reikwijdte van die bepaling in die zin opgerekt, dat daaraan mede betekenis is gegeven in het kader van de handelsvergunning. Een andere mogelijkheid is dat de hier genoemde uitzondering mede is terug te voeren op het bepaalde in art. 3 lid 2 van Pro de Richtlijn. Heel duidelijk is een en ander niet.
Parlementaire geschiedenis
oorspronkelijke voorstelvan wet was de fabrikantenvergunning geregeld in art. 9 en Pro de handelsvergunning in art. 31. De toen voorziene uitzonderingen op de vergunningsplicht bevatten niet de precisering dat het moest gaan om een bereiding ‘op kleine schaal’:
Deze verboden zullen niet van toepassing zijn met betrekking tot geneesmiddelen die door een apotheker in een apotheek zijn bereid en bestemd zijn om rechtstreeks aan klanten van de desbetreffende apotheek te worden verstrekt. Deze uitzondering vloeit voort uit artikel 3 van Pro richtlijn 2001/83/EG.
Wat betreft de fabrikantenvergunning wordt met zoveel woorden in artikel 40, tweede lid, van richtlijn 2001/83/EG gesteld dat zij niet vereist is voor het bereiden e.d. indien «deze verrichtingen uitsluitend voor verstrekking in het klein worden uitgevoerd door apothekers in een apotheek». En artikel 3, eerste en tweede lid, van richtlijn 2001/83/EG bepaalt dat de richtlijn niet van toepassing is op magistrale en officinale bereidingen. (…)
Er moet derhalve aan een aantal elementen worden voldaan, wil men ontheven zijn van de vergunningplicht. In de eerste plaats moet het bereiden plaatsvinden in een apotheek. (…). In de tweede plaats moet de bereiding plaatsvinden door of in opdracht van een apotheker die werkzaam is in de apotheek, dat wil zeggen rechtstreeks aan de patiënt worden overhandigd. In de derde plaats moet het gaan om geneesmiddelen die ter hand worden gesteld(..) door de apotheker of iemand die in diens opdracht werkt. (…)
bij de officinale bereiding uitgaat van de kleinschalige productie(«aflevering in het klein»). Bij voorraadbereiding ten behoeve van de apotheek is, gelet op de kleinschaligheid van de oplage, het risico voor de volksgezondheid beperkt.
de geneesmiddelen moeten bestemd zijn voor rechtstreekse verstrekking aan de klanten van de apotheek (hetgeen automatisch beperkingen inhoudt voor de productieschaal). Is daarvan geen sprake, dan geldt de vergunningplicht voluit. De productieschaal en andere omstandigheden kunnen ondersteuning bieden bij de vaststelling of feitelijk sprake is van fabrieksmatig vervaardigen van geneesmiddelen, dan wel van eigen bereidingen van een apotheek. (…).”
Rechtspraak
Regenboog apotheekover het begrip ‘op kleine schaal’ en de toepassing daarvan onder verwijzing naar de parlementaire geschiedenis onder meer het volgende overwogen: [47]
Caronna(C-7/11) en
VIPA(C-222/18). Of die verwijzingen pertinent zijn voor de onderhavige materie zou ik willen betwijfelen (waarmee ik niet wil zeggen dat het gegeven oordeel onjuist is). De (Italiaanse) zaak
Caronnabetrof de vraag of een apotheker die voldoet aan de eisen voor detailhandel ook de activiteiten van groothandel mag uitvoeren wanneer hij aan de daarvoor geldende
nationalevoorwaarden voldoet. Antwoord: nee, hij moet ook aan de minimumeisen voldoen die de Richtlijn stelt aan het verkrijgen van een groothandelsvergunning. Die zaak ging niet over de vergunningsplicht voor het vervaardigen en/of in de handel brengen van een geneesmiddel waar het onderhavige geschil over gaat. De (Hongaarse) zaak
VIPAging in de kern over de wederzijdse erkenning van recepten, en dus over grensoverschrijdende zorg. Punt 67 van dat arrest, waar de rechtbank naar verwijst, luidt: “
Een nationale maatregel die het vrije goederenverkeer beperkt, kan echter met name op grond van artikel 36 VWEU Pro worden gerechtvaardigd, in het bijzonder om redenen van bescherming van de gezondheid en het leven van personen (…).” Deze overweging is onderdeel van een toets aan het vrij verkeer van goederen en niet aan de Richtlijn.
Invulling van het begrip ‘kleine schaal’ met het getalscriterium
compliance’ met een getalsmatige bovengrens. Hij bekritiseert het als automatisme aannemen dat geen sprake is van een vergunningsplicht als de bereiding onder een getalsmatige grens blijft, en hij pleit ervoor dat steeds ook in ogenschouw wordt genomen dat art. 3 lid 2 van Pro de Richtlijn inhoudelijke voorwaarden behelst waaraan moet zijn voldaan alvorens te kunnen concluderen dat de in de Richtlijn geregelde vergunningsplicht niet aan de orde is.
Abcur-arrest voor de uitleg van de termen ‘industrieel bereid’ en ‘door middel van een industrieel procedé vervaardigd’ in art. 2 van Pro de Richtlijn), niet fundamenteel lijkt af te wijken van de toets die de Nederlandse wetgever voor ogen heeft gehad met de invoering van een ‘kleine schaal’ in de Geneesmiddelenwet. Ook deze auteur is kritisch over de verschuiving van de focus naar het getalscriterium dat door de IGJ wordt toegepast. Hoewel het getalscriterium praktische handvatten biedt en een rol zou kunnen spelen bij de interpretatie van ‘verstrekking in het klein’, zou het de voorkeur hebben om te verhelderen welke rol het getalscriterium speelt in samenhang met andere factoren en het getalscriterium wellicht wettelijk te verankeren.
Abcur-arrest) is duidelijk dat de hoofdregel is dat geneesmiddelen uitsluitend met een handelsvergunning op de markt mogen worden gebracht, en dat voor de bereiding een fabrikantenvergunning is vereist. Bereidingen worden op basis van het
Abcur-arrest als industrieel gezien (en vallen binnen de Geneesmiddelenrichtlijn) als er een industrieel procedé is dat wordt gekenmerkt door een opeenvolging van handelingen, die onder meer mechanisch of chemisch kunnen zijn, waarmee wordt beoogd aanzienlijke hoeveelheden van een gestandaardiseerd product te verkrijgen. De hoeveelheid die van een geneesmiddel kan worden geproduceerd is dus ook een factor die op Europees niveau van belang is voor de vraag of sprake is van een apotheekbereiding die buiten de Geneesmiddelenrichtlijn valt. Onduidelijk is waarom daaraan binnen de doelstellingen van de Geneesmiddelenrichtlijn geen kwantitatieve limitering zou mogen worden gehangen op nationaal niveau. Zelfs als de stelling van Infinity Pharma c.s. zou worden aangenomen dat art. 40 lid Pro 2 Geneesmiddelenrichtlijn niet is geschreven voor apotheekbereidingen die buiten de richtlijn vallen is er dus geen aanleiding om aan te nemen dat een kwantitatieve limitering in strijd is met de richtlijn.”
nietin dat art. 3 lid 2 van Pro de Richtlijn de lidstaten geen ruimte zou laten voor een kwantitatief criterium omdat een dergelijk criterium in de Richtlijn niet is voorzien, zoals het hof heeft geoordeeld. Een kwantitatieve limitering achten de aangehaalde auteurs juridisch mogelijk en ook zinvol, maar bij het getalscriterium plaatsen zij wel kanttekeningen van zowel formele als materiële aard.
Status en inroepbaarheid van het getalscriterium
kanzich bij het uitleggen van de betrokken wettelijke bepaling uiteraard wel aan het getalscriterium conformeren indien hij van oordeel is dat dit criterium een juiste uitleg van de wet geeft. [54] In een procedure bij de burgerlijke rechter kan een partij zich dan ook tegenover haar wederpartij op het getalscriterium beroepen ter onderbouwing van de stelling dat die wederpartij, door geneesmiddelen te bereiden zonder vergunning, handelt in strijd met een wettelijk plicht en daarmee jegens haar onrechtmatig handelt.
Afronding
contra legemvan het nationale recht. Met andere woorden, een nationale bepaling mag niet zó ver worden opgerekt (of ‘bijgebogen’) dat dit leidt tot een interpretatie die niet verenigbaar is met de nationale regelgeving. Over het leerstuk van richtlijnconforme uitleg valt uiteraard veel meer te zeggen [57] , maar voor deze zaak acht ik dat niet nodig.
kwantitatieve grenseen passende invulling kan geven aan het verstrekkingsvereiste van art. 3 lid Pro 2, en daarmee indirect aan de voorwaarde ‘verstrekking in het klein’ in art. 40 lid Pro 2, tweede alinea. Als gezegd ligt in beide begrippen besloten dat het slechts om beperkte aantallen mag gaan. Een kwantitatief criterium, dat tevens een manier is om de rechtszekerheid van apothekers te vergroten, is daarom als zodanig niet ontoelaatbaar is. Uiteraard dient een dergelijk criterium proportioneel te zijn. Daarom kan het niet zo laag liggen dat de vrijstelling van de vergunningsplicht haar nuttig effect verliest. Of de grens van ‘circa 50 unieke patiënten per maand’ [59] passend is, kan mede afhangen van de omstandigheden van het geval, hetgeen primair ter beoordeling staat van de IGJ. [60] In specifieke gevallen kan maatwerk vereist zijn. In zijn algemeenheid lijkt ‘circa 50 unieke patiënten’ een redelijke maatstaf.
5.Bespreking van het cassatiemiddel
nietter zijde omdat het daarin aangehouden specifieke
getalstrijd met art. 3 lid 2 van Pro de Richtlijn zou opleveren. Over de vraag of het getal van ‘circa 50 patiënten per week’ passend en evenredig is, heeft het hof zich dan ook niet uitgelaten.
alsaan die voorwaarden is voldaan, de lidstaten geen (nadere) voorwaarden mogen stellen c.q. invulling mogen geven aan de regel dat, kort gezegd, een vergunning voor geneesmiddelen op kleine schaal c.q. verstrekkingen in het klein niet benodigd is. Meer specifiek heeft het hof volgens het middel miskend dat als aan de voorwaarden van art. 3 lid 2 van Pro de Richtlijn is voldaan, zoals het hof voorshands concludeert, de Richtlijn niet van toepassing is, hetgeen, althans in beginsel, impliceert dat de soevereiniteit van de lidstaten juist
nietdoor die Richtlijn wordt begrensd en/of richtlijnconforme interpretatie van een nationale bepaling in het licht daarvan ook
nietaan de orde is. [63] Dit een en ander brengt mee dat het kwantitatieve criterium dat ingevolge de Geneesmiddelenwet geldt, “ten volle” zijn werking behoudt en niet door een richtlijnconforme interpretatie ten aanzien van (enkel) art. 3 lid 2 van Pro de Richtlijn zijn werking (ten dele) verliest.
kwantitatieveeis mogen stellen, getuigt van een onjuiste rechtsopvatting.
cap, temeer omdat in de Kamerbrief wordt gesproken van
circa50 (unieke) patiënten per maand. Uit de gedingstukken van Pharmaline c.s. komt mijns inziens niet naar voren dat genoemd getal manifest onredelijk of voor apothekers onevenredig beperkend zou zijn. Dat, in dit geval, de vraag in de markt naar het geneesmiddel Psorinovo een veelvoud zou zijn 50 patiënten per maand, vormt op zichzelf niet een zwaarwegende reden om het getalscriterium in dit geval ter zijde te stellen.
6.Slotopmerkingen
in het licht van de rechtseenheid, zo mogelijk en gewenst, afstemming te zoeken en, indien Uw Raad daartoe aanleiding ziet, de zaak aan te houden tot nadat de Afdeling uitspraak zal hebben gedaan” in de hiervoor in 2.10 genoemde hoger beroepsprocedure tussen Pharmaline c.s. en de IGJ (en Almirall als derde-belanghebbende). Nu de vorderingen van Almirall niet (mede) berusten op het besluit van de IGJ dat voorwerp is van die bestuursrechtelijke procedure, Almirall in dit kort geding een ordemaatregel heeft gevraagd, en het debat zich afspeelt binnen de door het cassatiemiddel getrokken grenzen, zie ik niet zonder meer aanleiding uw Raad te adviseren hier in mee te gaan. Of de Afdeling op korte termijn in die zaak uitspraak zal doen, moet worden afgewacht.