ECLI:NL:RBOBR:2022:2498
Rechtbank Oost-Brabant
- Eerste aanleg - enkelvoudig
- Rechtspraak.nl
Afwijzing verzoek tot aanhouding dieselfraudezaak tegen Volkswagen AG
De zaak betreft een individuele vordering van een consument tegen Volkswagen AG inzake dieselfraude, ingebracht door de Volkswagen Group Diesel Efficiency Stichting (VGDES). Eerder was de zaak aangehouden tot 30 juni 2022 vanwege onzekerheid over toepasselijkheid van de WAMCA in een parallelle collectieve procedure (SDEJ-procedure).
Volkswagen AG verzocht opnieuw om aanhouding, verwijzend naar twee lopende collectieve procedures (SCC en SDEJ) die dezelfde kernvragen behandelen. Zij vreesde tegenstrijdige uitspraken en pleitte voor een gecoördineerde beoordeling. VGDES stelde dat verdere aanhouding onredelijke vertraging veroorzaakt en dat de individuele procedure zelfstandig voortgezet moet worden.
De kantonrechter oordeelde dat de uitspraak van 30 maart 2022 in de SDEJ-procedure voldoende duidelijkheid biedt dat de WAMCA niet van toepassing is, waardoor verdere aanhouding niet gerechtvaardigd is. Hoewel meerdere rechtbanken over dezelfde kwestie zullen oordelen, is dat een gevolg van het wettelijke systeem dat individuele procedures toestaat naast collectieve acties. Het belang van een voortvarende behandeling van de individuele vordering weegt zwaarder dan de nadelen van gelijktijdige procedures.
De kantonrechter wees het verzoek tot aanhouding af en verwees de zaak naar de rolzitting voor het nemen van een conclusie van antwoord door Volkswagen AG, met een termijn van vier weken, eventueel verlengbaar. Iedere verdere beslissing werd aangehouden.
Uitkomst: Het verzoek tot aanhouding van de individuele dieselfraudezaak tegen Volkswagen AG is afgewezen.